Gezondheid & natuur

Oosterse diagnose 5 - metaal

Rik Vermuyten
Naar de kern

Gedurende de nazomer daalt de omgevingsenorgie en brengt eerder samentrekkende en condenserende verschijnselen voort. Dit is de beweging en energie met Metaalkarakter. Zo zal je zien dat het sap zich uit de toppen van de bomen en uit de uiteinden van de bladeren terugtrekt. Tijdens de tweede helft van augustus begint deze energie in de natuur meestal heel traag en geleidelijk nog meer naar het centrum van de aarde en de dingen te trekken.

De sappen van de planten trekken helemaal naar onder in de wortels, naar het centrum van de hoofdwortels, naar het centrum van de stam. Hierdoor worden de andere delen van de boom en de plant relatief droog; de cellen worden immers niet meer bevloeid door het sap. Hieruit volgt ook dat ze dan geen actief leven meer kunnen leiden. De aarde vermengt zich veel minder met het levengevende water; bijgevolg neemt de vruchtbaarheid van de grond af, zelfs al is het niet erg koud. De vruchten van de grond worden geoogst, binnen gehaald en gedroogd of onder een dikke laag grond ingekuild en zo weer in de aarde gebracht.

De herfst dient zich aan en bepaalt het beeld van een meer introverte natuur. Fikse winden die vaak uit het westen waaien, geselen het landschap.

Ook in de mens trekt de energie samen naar de kern. Hij voelt meer de behoefte om binnen te blijven en heeft minder zin om lichamelijk actief te zijn naar buiten toe. Hij mijmert over zichzelf; 't is de tijd voor zelfreflexie en bezinning over wat diep binnen in hem leeft. Deze periode is zeer geschikt om met geestelijke zaken bezig te zijn, met datgene wat zich afspeelt in het spirituele leven.

De energie trekt zich dieper terug in het lichaam en gaat ervoor zorgen dat de fundamentele functies van het lichaam in deze moeilijke periode in de natuur, zullen blijven werken. Daardoor is de mens minder geneigd om buiten te komen, om op reis te gaan en uitbundig te leven.

Terwijl de energie in de natuur zich overal naar binnen toe concentreert, vertraagt ze ook. Ze stagneert en wordt materie. Alles wordt vaster, steviger en de vibratiesnelheid neemt af.

Longen, dikke darm en huid
Bij de vorming van ons lichaam spelen de vijf transformaties een allesbepalende rol. De energiebeweging die overeenkomt met het metaalkarakter - een vertragende en materialiserende beweging - ontmoet in het onderlichaam de aarde-energie, die daar groot is. Uit deze ontmoeting ontstaat de dikke darm. Hogerop in het lichaam, waar de aarde-energie de hemelenergie ontmoet en stagneert, ontstaan de longen als gevolg van hun interactie. Longen en dikke darm zijn dus tegengesteld aan elkaar en vullen elkaar aan. De huid staat hier ook mee in verband. Net zoals de longen en de dikke darm is de huid gedeeltelijk opgebouwd uit slijmvlies. Ook op een ander vlak hebben deze drie organen met elkaar te maken - de darmen vormen de gematerialiseerde, zichtbare grens tussen het vaste en het vloeibare voedsel, of de buitenwereld, en het bloed of het binnenste van het lichaam. De longen vervullen die functie tussen de lucht, of het gasvormig voedsel en het bloed (het binnenste van het lichaam). De huid vervult die functie tussen het vibrationeel voedsel of de trillingswereld en de binnenkant van het lichaam.

De dikke darm heeft vooral tot doel het absorberen van water, vitaminen en mineralen. Deze gaan doorheen de slijmvlieslaag, worden opgenomen door het bloed en naar de lever gevoerd. Vandaar uit worden ze verdeeld over het ganse lichaam. De dikke darm scheidt ook de afval uit het lichaam en een eventueel overschot aan voedingsstoffen zoals ijzer, magnesium, calcium en fosfaten.

De longen regelen de aanvoer van zuurstof, die via de bloedstroom door het hart wordt rondgestuurd en zorgen voor de uitscheiding van koolzuurgas en andere afvalgassen uit het lichaam. De belangrijkste functie van de huid, ons grootste orgaan, is het aanpassen van het inwendige lichaam aan de buitenwereld. De huid beschermt het lichaamsoppervlak, helpt de lichaamstemperatuur te regelen en scheidt overtollig materiaal en water af, via de zweetklieren.
Zowel de huid als de dikke darm als de longen zijn actieve uitscheidingsorganen : de dikke darm voor vaste stoffen, de huid voor vocht en de longen voor gassen.

Alle afvalstoffen die het lichaam produceert, worden via normale functies, zoals urineren, de stoelgang, zweten en de ademhaling uitgestoten. Heerst er nu een onevenwicht in deze functies, of voedt men zich onevenwichtig, dan kan dit abnormale ontladingsreacties uitlokken. Frequent urineren, diarree, overmatig transpireren en hoesten of niezen zijn hiervan duidelijke voorbeelden. Deze ontladingsreacties worden chronisch, als men in die onevenwichtige toestand in leef- en eetwijze geen veranderingen aanbrengt. Voorbeelden daarvan zijn alle chronische huid-, long-, of darmklachten.

Problemen
Problemen met darmen of longen manifesteren zich ook vaak als chronische of ernstige acute huidaandoeningen. Het is zeer normaal dat de huid een beetje olieachtig is. Maar als ze echt vet is, is dat een teken van een te hoog vetverbruik of van een verstoorde vetstofwisseling. Een droge huid is dikwijls het gevolg. Dit komt omdat men te veel harde vetten eet, waardoor zich een harde onderhuidse vetlaag gaat vormen. De opperhuid wordt daardoor niet meer op de gepaste manier gevoed en ook wordt ze onvoldoende met vocht bevoorraad van binnen uit.

Een normale huid is zuiver, glad, matglanzend en een weinig vochtig. Een natte huid is het gevolg van een overmatig gebruik van vloeistoffen, zoetmiddelen en suikers. Daardoor transpireert en urineert men overmatig. Een ruwe huid is meestal het gevolg van het eten van teveel eiwitten, vooral dierlijke vetten en teveel suikers en fruit. Eczema waarbij zich verharde huidplekken voordoen, zijn een teken van overmatig vetverbruik, vooral van zuivelprodukten zoals kaas en ook van eieren, die gekookt werden of bereid met boter (omelet).

Een gezond evenwichtig dieet, met andere woorden een dieet waar qua hoeveelheid, noch qua yin- of yangkwaliteit extremen in ziten, zorgt voor een gezonde huid. Hierbij is eveneens een goede lichamelijke activiteit nodig, waarbij mogelijke excessen inwendig verbrand kunnen worden.

Longproblemen van alle aard gaan merkwaardig genoeg samen met een aantal dikke-darmproblemen.
Zo gaat longkanker bijvoorbeeld in verscheidene westerse landen samen met dikke-darmkanker. De longen bevinden zich in de bovenkant van het lichaam in het midden. Naar vorm zijn ze evenwiohtig gestructureerd : er zijn yinne of uitgezette gedeelten en samengetrokken of yange gedeelten.

Longproblemen, tumoren inbegrepen, zijn dan ook vaak het resultaat van een te grote inname van extreem voedsel met zowel yinne als yange eigenschappen, dus zowel suiker, vet, olie, fruit, en fruitsappen, alcohol, chemicaliën, medicijnen en drugs, als vlees, eieren, gevogelte, zuivel en gebakken meelproducten.

Het te veel eten van zuur of slijmen vetopbouwend voedsel leidt tot hoesten en benauwdheden in de borststreek. Hierdoor kunnen ook de longblaasjes vol komen zitten, zodat de ademhaling moeilijker wordt. In tegenstelling tot de longblaasjes, kunnen de bronchi, wanneer ze vol zitten met slijm, gemakkelijk ervan bevrijd worden door hoesten. Eens de longblaasjes vol zitten met slijm, kan het daar erg lang blijven zitten. Het zet er zich flink vast. Luchtverontreiniging of tabaksrook kunnen dan de oorzaak zijn van longkanker: de zware bestanddelen ervan, in het bijzonder de kooistofdeeltjes, worden aangetrokken en blijven steken in deze kleverige omgeving. Zo kan longkanker zich ontwikkelen.

Bleke wangen
Om de longfuncties goed te diagnosticeren, kijkt men in het Oosten naar de wangen. Zwakke, weinig actieve longen geven slappe, bleke of opgezwollen wangen te zien. Zoiets gaat gewoonlijk gepaard met een zwakke bloedcirculatie, moeilijke ademhaling, zwakke borstspieren. Iemand met zwakke longen heeft meestal een slappe houding, hij zakt wat ineen en heeft geronde en gespannen schouders. Bloedarmoede en zwaarlijvigheid gaan hiermee samen. Zulke personen neigen naar emphyzeem, astma en longkanker.

De meest voorkomende oorzaak hiervan is het gebruik van harde vetten - die van kaas en eieren bijvoorbeeld - samen met droog, gebakken en zout voedsel. Dit laatste zet aan tot overdreven veel drinken. Een andere oorzaak kan een tekort aan verse of licht gekookte, knapperige groenten zijn. Rookt men dan nog veel en heeft men niet genoeg lichaamsbeweging, dan verergert deze toestand nog.

Puistjes op de wangen duiden vaak op veel te actieve longen. Ze verraden een opstapeling van vetzuren en slijmen, voortkomend van het eten van zuivelprodukten en suiker. Melkwitte wangen krijgt men als men veel dierlijke vetten en vooral zuivel eet. Rode wangen duiden op uitgezette kleine bloedvaatjes in de longen en zijn het gevolg van het eten van te veel fruit, specerijen, suiker en het drinken van veel fruitsap, koffie of thee.

Een gespannen trek op de wangen ontstaat als men te veel zout, vis en gevogelte eet, of droog en gebakken voedsel. Dit gaat vaak samen met verticale lijnen op de wangen. Ze zijn dan een weerspiegeling van gespannen longblaasjes en borstspieren, en een alarmteken voor longontsteking. Bruine vlekken zijn dan weer een teken van suiker of zoete etenswaren. Overactieve longen gaan vaak gepaard met constipatie of andere darmklachten.

Rode lippen
De conditie van de dikke darm kan gemakkelijk beoordeeld worden aan de onderlip. Is deze gezwollen, dan duidt dit op een uitgezette yinne darmconditie, gepaard gaande met onregelmatige stoelgang en darmontstekingen. Bovendien resulteert dit dikwijls in constipatie, wanneer extreem yin en extreem yang voedsel samen gegeten worden. Als de onderlip vochtig is, wijst dat eerder op een neiging tot diarree. Een sterk samengetrokken onderlip wijst daarentegen op het eten van te veel vlees of andere eiwitbronnen.

Een witte verkleuring wijst op een opstapeling van vet en slijm in de dikke darm, terwijl bleke lippen duiden op een zwakke stofwisseling. De voedingsstoffen worden niet goed opgenomen en er is meestal ook bloedarmoede.

Helderrode lippen duiden op uitzetting en overactiviteit van de kleine bloedvaten en het darmweefsel. Een gele verkleuring van de mondhoeken is een indicatie voor vetverharding en vetopstapeling in de dikke darm. Ook lever en galblaas zijn verstopt. Blauwe of paarse lippen zijn een teken van stagnatie van de stoelgang en van bloed in de dikke darm. De toestand in de dikke darm is ook af te lezen van het voorhoofd en de slapen. Aan zwellingen, verkleuringen, vlekken en puistjes kan men dat gedeelte van de dikke darm aanduiden, waar er bijvoorbeeld opstapeling is en waar zich ontstekingen en verzweringen voordoen.

Positieve gevoeligheid
Vermits de metaalenergie meer naar buiten toe beweegt, zullen klimaatsinvloeden in dezelfde zin gemakkelijker de energie van longen en dikke darm tegenwerken. De energie van deze organen stagneert en er ontstaan meer moeilijkheden. Ons westers winderig, vochtig en overwegend koel klimaat, met weinig uitbundig zonlicht, zal dus gemakkelijker aanleiding geven tot bepaalde aanpassingssymptomen, die zovele westerlingen dagelijks ten toon spreiden : niezen, hoesten, waterige of onregelmatige stoelgang.

Op emotioneel vlak kan de metaalenergie een sterk vermogen ontwikkelen voor gevoeligheden op allerlei vlak, speciaal voor geluid bijvoorbeeld, in casu lawaai of muziek.

Op mentaal vlak geeft deze energie het vermogen om de ervaringen die men opdoet ook te kunnen toepassen, het vermogen tot zelfdiscipline en tot het verwerven van comfort in de materiële wereld.

Heeft men een minder goede conditie, dan kruipt men in zijn schelp, men wordt introvert. Dit gaat gepaard met besluiteloosheid, een gevoel van doffe onverschilligheid en in het uiterste geval, met depressie. Men kan blijkbaar de geringste moeilijkheid niet meer aan en men verdraagt geen tegenstand. Als men geconfronteerd wordt met moeilijkheden, ziet men geen oplossingen meer. Men vindt geen weg in positieve zin en heeft de indruk dat er niets aan te doen is. Men legt meestal de schuld buiten zichzelf en steekt de schuld op anderen. Zo geraakt men verder helemaal opgesloten in zichzelf. Onverschilligheid en negativisme zijn het resultaat.

Om zulke toestand om te keren, zijn actieve ademhalingsoefeningen nodig. Tevens dient een stimulerend dieet aangehouden te worden, waarin extreme sterke yinne en yange voedselsoorten vermeden worden. Dit is noodzakelijk. Het frequent gebruik van pikante smaken, zoals men die bijvoorbeeld vindt in tuinkers, gember, mierikswortel, mosterd en rauw geraspte ui of radijs, is hierbij een goede hulp.

De stagnerende metaalenergie wordt opnieuw tot activiteit geprikkeld, zodat een positieve gevoeligheid kan ontstaan. Overgevoeligheid wordt op die manier afgeviakt of ongevoeligheid gestimuleerd, zodat het ware metaalkarakter, dat van een innerlijke sterkte en vastberadenheid, zich op gezonde wijze vruchtbaar kan uiten.