Gezondheid & natuur

Tuin - niet elke verandering is een verbetering

Tuinen veranderen. Iedere minuut, ieder uur, iedere dag, door de seizoenen en in een mensenleven. Dat veranderen is gebonden aan de wetten en regels die de natuur vanuit haar eigenheid stelt. Het vergt heel veel van je waarnemingsvermogen om die natuurlijke processen te doorgronden. De ogenschijnlijke chaos die een oppervlakkige beschouwing van de natuur oplevert is een misvatting. Achter die wanorde gaat een uiterst subtiel ontwerpsysteem schuil. Wanneer je de regels van dat ontwerpsysteem respecteert kun je je heel wat overbodigheden besparen. Je werkt met de natuur mee in plaats van er tegenin.

Er zijn twee belangrijke voorwaarden waaraan moet worden voldaan om met de natuur mee te kunnen werken.

De eerste is een positieve houding tegenover deze manier van werken. Vaak kom ik bij mensen die de natuur naar hun hand willen zetten. De natuur speelt in hun opvatting geen eigen rol. Ze is er slechts ter versiering. Mensen die bijvoorbeeld een atlasceder in een klein tuintje planten, zich niet realiserend dat dat een grote boom wordt. Of die zich dat misschien wel realiseren maar de gevolgen van die keuze doorschuiven naar de toekomst. De maat van de boom zou op zowel op korte als op lange termijn passend moeten zijn voor de plek waar hij geplant wordt.

De tweede voorwaarde is kennis van zaken. Wanneer je met de natuur mee wil werken moet er de bereidheid zijn om over zaken na te denken, dingen op te zoeken of na te vragen.

Jezelf te scholen in de omgang met de natuur. Zoals een van de cursisten op een snoeicursus zich onlangs liet ontvallen dat ze niet alleen leerde snoeien, maar ook dat het prachtig weer was en dat ze genoot van de aanwezigheid van de mensen om haar heen. Snoeien is dan geen eenvoudige technische handeling die je kunt leren en uitvoeren met je blik op oneindig en je verstand op nul. Je zal je moeten realiseren dat voor goed snoeien kennis een voorwaarde is. Maar dat daarnaast snoeien met respect voor de eigenheid van die natuur zeker zo belangrijk is. En dat je nadien ook nog moet nagaan of je ingrepen wel het gewenste effect hebben ewerkstelligd.

Op deze manier ontstaat een draagvlak in jezelf voor wat je aan het doen bent. Je gaat leven in en met je tuin, in en met de natuur. Je krijgt een relatie met je omgeving. Die omgeving krijgt daardoor een meerwaarde : "meer waarde" dan ze daarvoor had. Voor iemand die deze ervaring niet vanuit zichzelf kent, is het een enorme ontdekking om deze meerwaarde te ontdekken. Omdat het nadrukkelijk iets toevoegt aan je leven, valt de tegenprestatie als nadeel weg. Je tuin verandert van een klus die niet leuk is in een activiteit waaraan je plezier kan beleven. Helaas gaat dat niet van de ene dag op de andere, maar kost dat tijd. In die periode is het een goede opsteker om je voortdurend te realiseren dat je iets aan het veranderen bent, in je tuin, maar ook in jezelf. En die verandering komt je tuin ten goede, maar ook jezelf.

Nog een stapje verder: enkel tevredenheid met het veranderingsproces zou niet voldoende mogen zijn. Je kan je steeds blijven afvragen of de verandering die je aanbrengt ook een verbetering is.

Op deze manier lijkt het of een tuin voor iedereen hetzelfde is of zou kunnen zijn. Niets is echter minder waar. Ik ontmoet regelmatig jonge mensen die "het groene gevoel" van jongsafaan hebben. Soms zelfs uit een omgeving komen waar daarvoor weinig belangstelling is.

Het lijkt dan wel of ze geboren zijn met zo'n inborst. En het omgekeerde is ook waar: mensen die ouders hadden met groene vingers en die groene vingers niet hebben overgeërfd.
Net zoals bij een kruising van planten: soms gebeurt het dat de 'nakomelingen' er helemaal niet uitzien zoals de teler had verwacht.

Peter Peels