Persoonlijke & relationele groei

De terugkeer van de koning (Jan Roelofs)

Dagobert II waart rond in het Merovingische hartland

Een kille mist hangt rond de eeuwenoude bomen van het woud van Woëvre. Geen zuchtje wind, geen geluid te horen. Midden in het woud, ver van de bewoonde wereld ligt bij een bron een groep jagers te rusten. Zwijgend zitten de mannen te eten, een paar liggen er, gewikkeld in mantels, een dutje te doen.
Dan staat een van hen op. Het is een lange man, een jaar of dertig. Hij heeft lang haar en een kort baardje. Gehuld in zijn donkerrode mantel met bontkraag loopt hij naar de bron. Aan de rand knielt hij en vouwt zijn handen.
Alsof het een teken is komt er beweging in de rest van de groep. Een blik, een verhuld signaal. Een hand klemt zich om een lans. Behoedzaam staat een man op, halfgebogen, het hoofd spiedend opzij. Geruisloos. Soepel beweegt de gestalte zich naar de knielende man bij de bron. Het woud houdt de adem in.
Een sprong, een stoot, een kreet, een slag, een gil. Alles tegelijk in een paar seconden. Verward, verwilderd, geschokt kijken de mannen elkaar aan. Rumoer, geschreeuw, bevelen. De moordenaar is ontvlucht, met ontbloot zwaard gaan een paar mannen er achter aan.
Dagobert II, koning der Merovingers, ligt dood op de grond. Het is 23 december 679.


Ruim dertien eeuwen later is de bron nog steeds te zien. Tegenwoordig heet zij niet langer 'Source d'Arphays', maar 'Fontaine de Dagobert'. Ook het woud van Woëvre, in de Ardennen op de grens van België en Frankrijk, bestaat nog steeds. Het is een armetierig bos, de grote bomen zijn al jaren geleden gekapt door de houtindustrie.
In de Middeleeuwen die wij graag als 'duister' betitelen, lag hier het hartland van het Merovingische rijk. Het wat? O ja, de Merovingers, die slappe koningen die dankzij de slimme hofmeiers plaatsmaakten voor de daadkrachtige Karolingers. Pas met Karel de Grote begon het hier in Europa ergens op te lijken. Orde, eenheid in het rijk, de christelijke kerk overwon het heidendom. Daarvoor leefde hier een stelletje primitieve barbaren, die West-Europa na het vertrek van de Romeinen lieten wegzakken in de modder van stammentwisten en de drek van achterlijkheid.

Uit de geschiedenis weggepoetst
Waar? Niet waar! Zoals altijd schrijven de overwinnaars de geschiedenis. Nadat de Karolingers met Karel Martel (689-741) de macht eenmaal vast in handen hadden, werden de Merovingers vakkundig uit de geschiedenis weggepoetst. Dagobert II, koning der Merovingers van 675-679, had tot in de achttiende eeuw volgens de officiÎle geschiedsschrijving zelfs nooit bestaan. En toch heersten de Merovingische koningen van de vijfde tot de achtste eeuw over het gebied dat wij nu kennen als Frankrijk, België, Nederland en een groot stuk van Duitsland. Van de drie onderdelen van hun rijk is alleen 'Bourgondië nog bekend. 'Austrasië' en 'Neustrië' zijn in de vergetelheid geraakt.

Wat ook in de vergetelheid is geraakt is de manier waarop de Merovingers de wereldse en de geestelijke macht met elkaar verbonden. Want de Merovingische koningen waren 'priester-koningen' die in directe verbinding stonden met de levende wortels van het christendom. De kracht van het christelijk geloof was bij hen nog niet verstard in de uiterlijke voorschriften van het instituut kerk, het geloof was nog geen machtsmiddel geworden maar was levende bezieling die via de koning het land vruchtbaar maakte. De mythe van de Ware Koning was in hun tijd nog wat een mythe in essentie is: niet een 'leugen' zoals een mythe in onze tijd wordt gezien, maar een archetypische onderstroom waar het dagelijks leven op steunt en door wordt bezield. Het contact met die laag zijn we al eeuwen kwijt maar onze honger wordt steeds voelbaarder. We missen die bodem in ons leven waar onze ziel zich kan laten voeden. Zoals wel vaker in onze geschiedenis moeten we 'terug naar de bron.' De bron van Dagobert.

'Non non!'
In de zomer van 2010 ben ik op vakantie in de Auvergne. Met vrouw en kind bezoek ik een oud kerkje waarover ik in het ANWB-gidsje lees ik dat er een Merovingisch grafveld te bezichtigen is. Ik vraag de mevrouw die ter plekke de rondleidingen doet er naar. Haar reactie verbaast me: 'Non non, c'est pas mérovingien, c'est carolingien!' Ik vraag door en ze wordt boos. De Merovingers hadden alleen maar gebouwen van hout en daar is niks meer van over. 'Absolument, totalement rasé!' Ze lijkt er bijna plezier in te hebben.
Ik loop over de begraafplaats en zie in de rotsen uitgehakte sarcofagen, groot genoeg voor een menselijk lichaam. Dit zijn volgens de informatie Karolingische graven, ook op de borden wordt met geen woord over de Merovingers gerept.

De kinderen van Maria Magdalena
Waar wel over de Merovingers geschreven wordt is in het boek 'The Holy Blood and the Holy Grail' dat in 1981 uitkomt. De schrijvers van het boek leggen een link tussen het mogelijke huwelijk van Jezus Christus en Maria Magdalena waaruit kinderen zouden zijn geboren (de stof van de Da Vinci Code), en het Merovingische koningshuis, waarin die kinderen zich zouden hebben voortgeplant. De oorsprong van de Merovingers is in nevelen gehuld. De naamgever, Merovech (koning van 447-458) zou volgens de legende geboren zijn nadat zijn moeder door een grote vis was bevrucht. De Merovingische koningen hadden lang haar dat niet geknipt mocht worden, omdat anders hun koninklijke kracht zou verdwijnen. De meest bekende Merovingische koning is voor ons Clovis (456-511), die zich in 496 laat bekeren tot het christendom.

Dagobert Duck
Dagobert kennen we eigenlijk alleen uit de Donald Duckverhalen, waarin oom Dagobert de gierige rijkaard is, die doorlopend bang is dat de zware jongens zijn geldpakhuis leegroven of zijn geluksdubbeltje zullen stelen. Oom Dagobert zwemt letterlijk in het geld: regelmatig neemt hij een bad in de geldmassa die in zijn geldpakhuis opgeslagen ligt.
De eerste keer dat ik Dagobert in een andere vorm tegenkom, is als ik in 2002 in de Belgische Ardennen een 'sandwich Dagobert' bestel. Een stuk stokbrood met ham, kaas, tomaat en mayonaise. Terwijl ik eet komt er een vage herinnering op aan wat ik jaren eerder in 'The Holy Blood and Holy Grail' las. Wie was dat ook alweer, die Dagobert?

Ik ben op dat moment met Ton van der Kroon in Zuid-Belgie, waar we in het Oost West Centrum, vlakbij de abdij van Orval een driedaagse mannenworkshop begeleiden. Ik denk: 'Wat doet Dagobert hier?' en thuis kijk ik het boek er op na. En lees over zijn leven: als hij 4 jaar oud is overlijdt zijn vader. Door een machtbeluste hofmeier die zijn eigen zoon op de troon probeert te krijgen wordt de kleine Dagobert weggewerkt naar een Iers klooster. De verwachting is dat hij monnik zal worden en dat de hofmeier en de andere samenzweerders nooit meer iets van hem zullen horen. Voor de zekerheid wordt bovendien het gerucht verspreid dat Dagobertje op zijn reis is omgekomen. Ook zijn moeder is er al snel van overtuigd dat hij dood is.
Maar in Ierland gebeuren er een paar dingen die het verhaal in een andere richting sturen. Dagobert wordt een beschermeling van de machtige abt Wilfrid, die er niet alleen voor zorgt dat hij een grondige scholing krijgt in het Keltische christendom, maar hem ook in contact brengt met de hoge engelse adel. Het gevolg: Dagobert trouwt in 667 met de Anglosaxische prinses Medithilde. Niks monnik, nageslacht! Ze krijgen twee dochters, maar Medithilde overlijdt na een paar jaar.

En dan wordt er een link gelegd met een gebied dat in het verhaal van Holy Blood and Holy Grail een belangrijke rol speelt: Rennes-le-Chateau, waar in de Maria-Magdalena-kerk aldaar het boek begon. Want Dagobert trouwt opnieuw, met Gisele de Razès, peetdochter van Wilfrid en dochter van Bera II, een Visigotische hoofdman. Het paar trouwt notabene in de kerk van Maria Magdalena in Rennes-le-Chateau, in 670.

Zelf heb ik een aantal jaren in dezelfde streek gewoond, nadat ik in 1998 aan het eind van een katharentocht een huis kocht aan de voet van de MontsÈgur en daar ging wonen. Geleidelijk aan kwam ik steeds dieper in het Maria Magdalenaverhaal terecht tot ik in 2000 samen met anderen het eerste Maria Magdalenafestival in het gebied rond de Montségur organiseerde.

Terug naar huis
Net als ik zelf vanuit de Pyreneeën weer naar het noorden trok nadat ik in oktober 2000 in het dorpje waar ik woonde mijn (Nederlandse) vrouw ontmoette, ging ook Dagobert vanuit het zuiden weer naar het noorden. In het machtsvacuüm dat in het Austrasië van het jaar 675 is ontstaan keerde hij terug naar de streek tussen Orval en Aachen en eiste zijn troon op. Volk en edelen verwelkomden hem, en na een oorlog tegen de hofmeier van Neustrie, Ebroïn, slaagde Dagobert er in het Merovingische rijk weer tot een eenheid te maken.

Hij regeerde in vrede en voorspoed, totdat hij de dag voor kerst in het jaar 679 vermoord werd. Zijn dood markeert de overgang van een tijd waarin het 'heilig koningschap' gepraktiseerd werd, naar een tijd waarin de kracht van de innerlijke dimensie uit het zicht verdween en het alleen nog om uiterlijke macht ging. In die tijd leven wij ook nu nog, maar het lijkt of de geest van Dagobert weer aan het terugkomen is.

Die geest heeft vooral betrekking op een werkelijke, innerlijk gevoelde verbinding met de aarde waarop en waarvan we leven. De Merovingische koningen waren priester-koningen, die wereldse macht en geestelijke macht met elkaar verbonden. De machtsgreep van de Karolingers maakte hier een eind aan, maar het zou wel eens kunnen zijn dat onze tijd rijp is voor een her-innering van het Merovingische gedachtengoed. Net als in het sjamanisme de zogenaamde 'Soul Retrieval' wordt bedreven (een stukje van de ziel van de patiënt is zoek en de sjamaan gaat op reis om dat stukje terug te halen en de patiënt zodoende te genezen) kunnen wij dat ook collectief doen. Door het Dagobertverhaal weer boven water te halen kunnen we dat waar Dagobert en de andere Merovingische koningen voor stonden, weer in ons eigen bewustzijn wekken.

Om aan te geven waar het om gaat, wil ik inzoomen op twee onderwerpen die samenhangen met het Merovingische koningschap en die ook voor ons, vandaag de dag, belangrijk zijn: het Keltisch christendom en de kennis van Aarde-energieën.

Keltisch Christendom
Nadat in het Romijnse rijk onder Constantijn de Grote de christelijke godsdienst tot staatsgodsdienst uitgroeit, verliest het christendom de innerlijke kracht die het van oorsprong heeft. Er ontstaat een splitsing tussen exoterisch en esoterisch christendom die voeding geeft aan de rijke maar ook tamelijk gewelddadige geschiedenis van het christendom. Aan de rand van het romeinse rijk kan een vorm van christendom overleven die de boodschap van Jezus verbindt met de Keltische cultuur waarin de verbondenheid met de aarde en de seizoenen een belangrijk kenmerk is.

In dit Keltische christendom worden veel elementen opgenomen van de Druïdische cultuur, die zich uit de oude natuurreligie heeft ontwikkeld, matriarchale trekken vertoont en sterk met de aarde is verbonden. In deze religie gaat het niet alleen om het vereren van de Grote Godin, maar ook om het verantwoordelijk omgaan met de hele schepping. In het verlengde daarvan wordt het koningschap van de Keltische koningen als dienstbaarheid gezien: de koning draagt verantwoordelijkheid voor het welbevinden van zijn volk. Meer nog dan door wat hij doet, door wie hij is. De koningin wordt gezien als hogepriesteres van de Grote Godin, en haar bevestiging van het koningschap van haar man is essentieel. Het Koninklijk Huwelijk tussen koning en koningin is tegelijkertijd een huwelijk met de Grote Godin, met de aarde, met het land. Dit ritueel van het Heilig Huwelijk blijft ook nog lang in het Keltische christendom intact.

Het labiele evenwicht tussen Goddelijke en menselijke ordening wordt bij de Kelten aan de koning toevertrouwd. De koning is het scharnierpunt, hij belichaamt de samenleving en vertegenwoordigt de Volksziel, maar de Druide is zijn bewustzijn. Deze symbiose zet zich tot in het vroege Christendom voort. In het Keltische christendom wordt de functie van de druïde geleidelijk aan overgenomen door de bisschop. De wijsheid van de oude traditie gaat geleidelijk aan verloren.
Zoals Usch Henze schrijft in haar boek 'Die Merowinger – eine historische und spirituelle Spurensuche': "De bisschoppen raakten meer en meer in een katholiek wereldbeeld gevangen, dat zich uitsluitend op de bijbel baseerde en geen wijsheidsleer of hermetische vorming toeliet, om nog maar te zwijgen van begrip voor de oude traditie."

De Merovingische koningen proberen na het vertrek van de Romeinen weer aan te sluiten op de wortels van het verleden. De koningen worden door een diepgaande scholing ingewijd: hun innerlijk weten wordt geactiveerd, ze krijgen geestelijk begrip voor de grotere realiteit van het leven en ieders individuele levensopdracht.

Voor deze inwijdigsprocessen worden door de Merovingers in steen uitgehakte holtes gebruikt, die wel erg veel lijken op de 'Karolingische graven' die ik in de Auvergne tegenkwam.

Als je op een krachtplek in zo'n 'steenbed' gaat liggen, kan je bewustzijn zich makkelijk afstemmen op de trillingen die de Geest verheffen. (In de graalverhalen kom je dit tegen als 'Het Magische Bed', 'Lit marveile'.)

Kennis van aarde-energieën
Deze kennis van en afstemming op aarde-energieën is een wezenlijk element in de Merovingische cultuur. Krachtplekken die voor hen belangrijk waren zijn bijvoorbeeld Odilienberg in de Elzas, de heilige heuvel van Lutetia (Parijs), Chartres, een van de oudste Keltische heiligdommen, Tongeren, Aachen en de Externsteine in Westfalen.

Als je gevoelig bent of je subtiele zintuigen geoefend hebt kun je op dergelijke plekken de aarde-energie waarnemen. De Merovingers waren op die energieën afgestemd en maakten er gebruik van, schrijft Usch Henze. Een voorbeeld daarvan is de Odilienberg, waar in de zevende eeuw – de eeuw waarin Dagobert II leefde - een tien kilometer lange muur werd gebouwd, die het hele plateau op de berg omvat. Radiëstetisch onderzoek in de jaren negentig heeft uitgewezen dat de straling aan de buitenkant van de muur negatief, en aan de binnenkant van de muur positief is. Dat wijst er op dat de energie van deze krachtplek door de muur werd beschermd of werd bijeengehouden, zodat ermee gewerkt kon worden. Hoe de Merovingers dat deden weten we niet, maar is een boeiend onderwerp voor nader onderzoek.

Het deel van de Belgisch-Franse Ardennen tussen Orval en Aachen werd door de Merivingers gezien als een Heilig Woud. De eerste Merovingiche koning Clodinus Crintus Neptunis von Arkadien werd hier volgens de overlevering met het water uit de bron van Diana gedoopt. Deze bron heet tegenwoordig 'Mathildes bron', en ligt op het terrein van het klooster van Orval. Mathilde van Toscane liet dit klooster in 1132 bouwen. Vlakbij Orval ligt het woud van Woëvre, waar in 679 Dagobert II werd vermoord. Het woord 'WoÎvre' wijst op een krachtplek waar de energie een hoger trillingsniveau heeft. Frankrijk kent veel van zulke plekken die als naam of bijnaam het woord 'Woëvre' hebben. Vlakbij Orval ligt ook de heuvel van Arduina, een voorchristelijke godin waar de Ardennen hun naam aan ontlenen.

 

Dit hoekje van de Ardennen lijkt vandaag de dag een streek met weinig betekenis, maar toch ligt hier het Merovingische hartland. Wat is de schat van Dagobert die hier voor ons verborgen ligt? Ik heb het gevoel dat de tijd rijp is om deze vraag met nieuwe ogen te bekijken. Gaat u mee, op ontdekkingsreis, deze zomer?

Dagobert Wandeltocht: 20 t/m 26 juli 20
[Zomerfestival de Aarde roept: 7 t/m 10 juli 2011]