Persoonlijke & relationele groei

De terugkeer van de koning (Ton van der Kroon)

In het najaar van 2012 kwam een hernieuwde versie van het boek 'de Terugkeer van de koning' van Ton van der Kroon uit.
Het betreft inmiddels de zesde uitgebreide druk.
Het boek wordt de hele maand november gratis verspreid via ebook.

Hier volgt de inleiding uit de nieuwe versie van de Terugkeer van de koning:

Crisis: ondergang of nieuwe kans?
Er zijn momenten in de tijd waarop vele geheimen ontsluierd worden en verborgen herinneringen aan de oppervlakte komen drijven. Zoals er bepaalde plekken op aarde zijn waar de energie sterker is, zogenaamde krachtplekken, zo zijn er ook bepaalde krachtpunten in de tijd. Tijden die zwanger zijn van verandering, van openbaring, van chaos en creativiteit, tijden van magie en van transformatie. Deze tijd lijkt zo'n moment te zijn. Vele voorspellingen in alle grote religies wijzen vooruit naar deze periode in de geschiedenis van de wereld. Zieners, profeten en paranormaal begaafden hebben voorspellingen gedaan over de periode rondom het jaar 2012, de omschakeling naar een nieuw tijdperk en een nieuwe fase in het bewustzijn van de mens. Tegelijkertijd neemt de angst toe voor de verandering. Chaos roept onzekerheid op en veel mensen en groeperingen verlangen terug naar de zekerheden van het oude, de vaste regels en normen en waarden die ons houvast gaven in het verleden. We weten wat we hadden, niet wat we krijgen. Het zijn de geboorteweeën van een nieuwe fase in de evolutie. In zo'n tijd zijn er helpers nodig, helpers die op hun eigen manier en op hun eigen gebied mensen helpen om door de veranderingen heen te komen. Het zijn de change-agents van deze tijd, de stervensbegeleiders van het oude en de vroedvrouwen van het nieuwe. Ze verschijnen in de vorm van therapeuten, organisatie-adviseurs, healers, sjamanen, politici, oude wijzen of jonge dwazen, en al die mensen die hun geloof en vertrouwen in de mensheid hebben behouden. In een tijd waarin de geschiedenis op het scherp van de snede balanceert, waarin vele brandhaarden in de wereld op exploderen staan, zijn er mensen nodig die blijven vertrouwen en handelen vanuit een positief beeld van de mens. Sommige helpers komen in de vorm van verhalen. Oude mythen en sprookjes die plotseling een meerwaarde krijgen, nadat ze eeuwenlang onder het stof van de vergetelheid hebben gerust.

Mythen, fabels, sprookjes zijn in de loop van de eeuwen woorden geworden die staan voor onwaarheid, verzinsels, kinderverhaaltjes, verdraaiingen van de werkelijkheid. Onwetend lopen we langs een van de grootste schatten van de westerse cultuur, de spirituele erfenis die door de eeuwen heen van ouder op kind, van verteller op verteller is doorgegeven. Het zijn de verhalen die ons kunnen leiden, die ons vertellen over wie we in werkelijkheid zijn. Mythen zijn een soort kaart voor de psyche; een landkaart, met de belangrijkste snelwegen, maar ook de kleine weggetjes, de sluipwegen, de knooppunten en de grote steden of stille verten waar we naar op zoek zijn. En belangrijker nog: onze eigen huis is erop te vinden. Voor iedereen die op zoek is naar zijn eigen huis, is dit een onmisbaar hulpmiddel.
We zouden mythen ook kunnen zien als een soort software voor de ziel. Door verhalen vaker te lezen of te bestuderen lijkt het alsof er een bepaald programma wordt geïnstalleerd in de psyche. Een programma dat een vast patroon heeft en dat zich in de tijd ontrolt. Dagelijkse – soms onbeduidende – gebeurtenissen of keuzes die we maken krijgen door dit programma een diepere betekenis, en doen ons de zin van de dingen beter begrijpen.

Verhalen en mythen zijn als het ware poorten naar de mythologische realiteit, net als rituelen, meditaties, reizen, tarotkaarten of astrologie. In een tijd waarin de ratio hoogtij viert en de wetenschap de waarheid in pacht lijkt te hebben, is het boeiend om ons te laten verleiden door paden die ons verstand niet kan begrijpen. We zijn in ons streven naar materiële welvaart en geluk ontnuchterd geraakt en de betovering is uit onze wereld verdwenen; we zijn ontmythologiseerd. In spiritueel opzicht zijn we arm geworden, en het verbaast dan ook niet dat in deze tijd – met de leegloop van de traditionele kerken – de esoterische kennis van ver wordt gehaald: we leren yoga uit het verre oosten, we zoeken naar goeroes in Australië of Amerika, 'doen' indiaanse zweethutten, maar van onze eigen westerse esoterische traditie weten we nog maar heel weinig. We zijn ontworteld, los van de aarde, en grijpen in het wildeweg naar houvast. Een cursusje hier, een workshop daar, de spirituele honger is onstelpbaar. En niet ongegrond: ons collectieve psychische landschap is een onvruchtbare woestijn geworden, kaal en dor, zonder water, zonder planten, zonder dieren. In veel verhalen vormt dit doodse landschap de beginsituatie: het land is onvruchtbaar en de koning is ziek, afwezig, op reis of verbannen. Het wachten is op de held, die door zijn daden de weg vrijmaakt voor de terugkeer van de rechtmatige koning. In The Lord of the Rings is het het doorzettingsvermogen van Frodo waardoor de echte koning, Aragorn, weer terug kan keren op de troon. Het is het universele verhaal van de strijd tegen het kwaad en het doorzettingsvermogen van de held om zijn missie te volbrengen, de Heilige Graal te vinden, de bron met het levenswater te ontdekken, de draak te verslaan of de ring in de Doemberg te gooien.

Dit verhaal komt in vele vormen voor in de westerse geschiedenis en mythologie, maar ook daarbuiten. Bekende voorbeelden zijn het verhaal van Robin Hood, die vecht tegen de slechte koning Jan in afwachting van diens broer, de rechtmatige koning Richard die op kruistocht is in Jeruzalem. Een ander verhaal is dat van koning Arthur, 'the once and future king', degene die orde en harmonie bracht in een tijd waarin er chaos en onderlinge verdeeldheid heerste. Op het magische eiland Avalon wacht hij, net als Merlijn de magiër, op de tijd dat hij weer nodig is en terug zal keren. In het sprookje IJzeren Hans ontpopt de wildeman zich – ontdaan van zijn vloek – aan het eind van het verhaal als koning. Ook het wereldberoemde epos van Homerus handelt over de terugkeer van een koning: Odysseus, koning van Ithaca, keert na lange omzwervingen weer terug in zijn vaderland om zijn plaats als koning weer in te nemen. Naast deze literaire variaties op het thema van de terugkeer van de koning wordt in vele godsdiensten en religieuze geschriften gewag gemaakt van de terugkeer van spirituele koningen of geestelijke leiders. In christelijke en joodse kringen wordt gesproken over de tweede komst van de Messias, koning van de Joden, en in newagekringen wordt gesproken over de komst van het Christusbewustzijn. De moslims verwachten de volgende Imam, de hindoes Krishna en de boeddhisten de vijfde Boeddha. Anderen spreken over de Maitreya die in deze tijd op aarde zal verschijnen.

Al deze verhalen vertellen één ding: de terugkeer van leiderschap dat handelt vanuit het hart, niet vanuit het hoofd of de buik. Het is het leiderschap dat respect heeft voor de aarde en in contact staat met spirituele wijsheid, dat mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten in zich verenigt, en dat kracht en kwetsbaarheid samenbrengt.

Het lijkt erop dat dit universele thema van de terugkeer van de koning ook voor deze tijd geldt, want de roep om werkelijk leiderschap wordt steeds luider. Veel mannen dienen in deze tijd de god van geld, van auto's, van meer en beter, terwijl we langzamerhand in de situatie terecht zijn gekomen die in zoveel verhalen wordt geschetst: de rivieren zijn opgedroogd, de bossen sterven uit, de lucht is vervuild en de koning, symbool voor ons hart, is ziek. De negatieve gevolgen van onze denken leefwijze beginnen steeds concreter te worden. Het wordt weer tijd om ons op de werkelijke waarden in het leven te bezinnen en daar de uiterlijke belangen op af te stemmen. Het wordt tijd dat mannen zich bewust worden wie ze zijn en welke rol ze hebben. Dat gaat dieper dan de discussies over afwaskwasten, zorgverdeling en de verlanglijstjes over de ideale man die lange tijd gaande waren. Het gaat om onze overleving en de toekomst van de aarde. Mannen hebben daar een belangrijke taak in te vervullen. En tegelijkertijd, met het oppakken van die verantwoordelijkheid, zullen we onze trots terugvinden, onze eigenwaarde als man en onze plek in de wereld.

Rond de eeuwwisseling werden er vele films uitgebracht die allemaal als thema de ondergang van de aarde of de mensheid hebben. In de jaren tachtig kondigde dit thema zich aan met verschillende rampenfilmen op wat kleinere schaal, maar vanaf de jaren negentig betrof het rampen die de hele aarde bedreigden. We werden bedreigd door buitenaardsen, natuurrampen, virussen, een derde wereldoorlog, epidemieën, op hol geslagen computers en dergelijke. Andere films vertelden op allegorische wijze over het einde van een periode: The Lord of the Rings ging over het einde van Middle Earth, maar ook een film als de Titanic leek een allegorie op de westerse beschaving te zijn. Terwijl we nog feestend op de grootste boot ooit zaten, wisten we niet dat het schip onder water al helemaal open lag.

Als mythen en films een soort collectieve dromen zijn, dan lijkt het erop dat ons collectief onderbewustzijn een duidelijke boodschap had: we dienden ons voor te bereiden op een grote climax, een wereldcatastrofe, een eindtijd. En als de wereld niet vernietigd zou worden, en op het laatste nippertje gered werd, dan is het op zijn minst een periode van grote transformatie. De laatste jaren lijkt het niet meer bij dromen te blijven; we worden op alle mogelijke manieren geconfronteerd met de reële gevolgen van onze manier van leven. Daar komt bij dat alle ontwikkelingen zich versnellen als in een draaikolk. Zodra we een oplossing hebben voor de problemen van gisteren zijn we alweer dieper verstrikt geraakt in een nog veel groter probleem. Een voorbeeld is de houtkap in de oerwouden van het Amazonegebied; net als de westerse wereld zich enigszins bewust wordt van het belang van de bescherming ervan, komen de Chinezen die een grote behoefte hebben aan hout en meer wegkappen dan ooit tevoren. Het is dweilen met de kraan open. Hebben we begrepen dat we de uitstoot van CO2 moeten beperken, dan blijken uit de ontdooiende permafrost in Siberië zoveel gassen vrij te komen dat de opwarming van de aarde niet meer te stuiten lijkt. We zitten in een groot dominospel, waarin steeds meer steentjes tegen elkaar aan vallen en voor een lawine van veranderingen en chaos zorgen. We doen nog ons best om te redden wat er te redden valt, net als de passagiers aan boord van de Titanic, maar het lijkt allemaal te laat. Het proces is in gang gezet en er is geen ontsnappen meer aan. We leven in een eindtijd en wie nuchter nadenkt kan niet anders concluderen dan dat het helemaal misgaat. 'Dat hebben we eerder meegemaakt', zeggen sommige mensen, 'dat we bang zijn dat de aarde vergaat.' Het grote verschil was echter dat het doemdenken uit vorige eeuwen voornamelijk uit angst en bijgeloof voortkwam, terwijl het nu vooral bijgeloof is om te denken dat het allemaal wel meevalt. Wie zijn gezonde verstand gebruikt weet vanaf het eerste rapport van de Club van Rome in de jaren zestig dat er iets fundamenteels misgaat. Al Gore is een van de eerste politici die inzag dat deze gegevens de allerhoogste prioriteit dienen te hebben, maar het merendeel van de wereld reageert apathisch, omdat het zo moeilijk te bevatten is. Inmiddels is het zover dat een op de vier zoogdieren, een op de acht vogels, eenderde van alle amfibieën en 70% van alle planten in gevaar zijn!

'Is er enige hoop?' vraagt Pepijn aan Gandalf vlak voor de grote strijd om Midden-Aarde losbreekt. 'Er is nooit veel hoop geweest', antwoordt Gandalf. Dezelfde vraag kunnen we onszelf stellen, en moeten we onszelf stellen: Is er enige hoop? Is er enige kans dat we het overleven, dat we de grote crisis kunnen vermijden of ombuigen tot een positieve ontwikkeling? Het is een onmogelijke vraag om te beantwoorden, en niemand weet het juiste antwoord. Maar er is een ding wat zeker is, zo vertellen alle verhalen ons keer op keer: we mogen de moed niet laten zakken. We moeten er alles aan doen om te redden wat er te redden valt ... Jack doet er alles aan om zijn geliefde Rose te redden van de Titanic; Frodo gaat tot het uiterste om Midden-Aarde te redden en de ring in de Doemberg te gooien. De verhalen vertellen over heldenmoed, wijsheid en spiritueel leiderschap dat ons in de meest moeilijke en onmogelijke situaties telkens weer de helpende hand biedt. Het lijkt erop dat verhalen en mythen onze laatste strohalm zijn in deze roerige en chaotische tijd. Gaan we ten onder zoals ooit het mythische Atlantis ten onder ging? Maken we dezelfde fouten van hoogmoed, onwetendheid of zelfdestructie? Of zijn we in staat te leren van de fouten van het verleden?

De Titanic is een prachtige metafoor voor de welvaart van de westerse samenleving: Het schip moest het grootste, ooit door mensenhanden gemaakte, object ter wereld zijn. Het schip had een lengte van bijna drie voetbalvelden. De omvang was zo belangrijk, dat er een extra namaakschoorsteen op werd gezet om het schip meer grandeur te geven. De accommodatie voor de passagiers was van een 'ongeëvenaarde omvang en grootsheid', zo schreef een krant, 'en het uitnemende eindresultaat weerstaat elke gedachte aan verbetering.' Kosten noch moeite waren gespaard om een paleis van luxe en schoonheid te creëren. De Titanic beschikte over een zwembad, Turkse baden, squashbanen en een sportzaal, zaken die voor die tijd uniek waren. Iedereen dacht dat ze nooit kon zinken...De Titanic vertegenwoordigt de mannelijke fascinatie voor snelheid, kracht en omvang, maar zij is te rigide gebouwd en met te hoge verwachtingen. In het schip zien we de vorm van de fallus terug, varend over de diepe wateren van de oceaan, het vrouwelijke principe. 'Freuds ideeën over de preoccupatie met formaat zouden voor u van belang kunnen zijn', merkt Rose op wanneer de eigenaar van de Titanic opschept over de grootte van het schip. De geschiedenis leert ons dat wanneer het mannelijke over zijn hoogtepunt heen is, en niet meer in harmonie met de wetten van de natuur functioneert, het zal instorten. En dit is precies wat er gebeurt. Het 'onzinkbare' schip loopt op een ijsberg en vergaat.

Het schip – onze samenleving – ligt onder de oppervlakte al van voor tot achter open en het water stroomt naar binnen. Het lijkt erop dat we niet meer dan twee uur over hebben. Het is aan ons hoe we omgaan met deze dreiging, net zoals iedereen op de Titanic een verschillende manier heeft om te reageren op de confrontatie met dood en verderf. Vechten we voor ons eigen overleven en geven we de angsten van ons ego de ruimte om ons gedrag te sturen? Veel mensen, bedrijven en naties doen dat op dit moment. Ze worden geregeerd door angst en zijn niet in staat het grotere plaatje te zien. Ze denken dat ze kunnen overleven door vast te houden aan de oude manier van leven: sneller, harder, groter, sterker, oftewel het verstoorde mannelijke dogma van de 'survival of the fittest'.

We beseffen nog steeds niet goed dat onze welvaart ten volle samenhangt met de armoede elders in de wereld. Zolang we in wij/zij denken zien we niet de onderliggende verbanden die maken dat zij arm en wij rijk zijn. Dat heeft allerlei economische, historische en politieke oorzaken. Het door het Westen geïnitieerde kapitalistische systeem is een soort geldpiramide; aan de top is een aantal mensen c.q. bedrijven heel erg rijk en aan de basis van de piramide zijn erg veel mensen heel erg arm. Die piramide is in de loop der tijden, mede dankzij het systeem van leningen, rente en schulden, steeds steiler geworden. Sterker nog: de ontwikkeling verloopt exponentieel zonder dat we er erg in hebben. Binnen korte tijd bevindt al het kapitaal zich in de handen van slechts enkelen. Het is net als met het bekende spel Monopoly: eentje wordt steeds rijker, de andere spelers steeds armer. In de tijd dat ik het speelde met mijn broers was er steevast een uitkomst: ruzie. Tot ik op een dag begreep dat het spel altijd vanzelf tendeert naar disbalans; dat zit in de dynamiek van het spel besloten. Dat geldt ook voor ons monetaire systeem; het tendeert naar disbalans, en daarmee: ruzie. Het is niet voor niets dat er grote groepen Aziaten, Oost-Europeanen en Afrikanen hierheen proberen te komen omdat ze mee willen profiteren van onze rijkdom. Dit is nog maar het begin. Maar als de strijd om voedsel, water, hulpbronnen, schone lucht, land werkelijk losbreekt zijn we nergens meer veilig. Alles is met alles verbonden.

In onze maatschappij lijken allerlei ontwikkelingen zich exponentieel naar het eindpunt te begeven, het punt waarop de curve naar zijn verticaal tendeert. Denk aan de wereldpopulatie, de vervuiling en schade aan het milieu, en de groter wordende kloof tussen arm en rijk. Al Gore zette in zijn film An inconvenient truth helder uiteen hoe deze curves de afgelopen tientallen jaren onverbiddelijk hun weg hebben vervolgd en dat ze binnen niet al te lange tijd de pan uitrijzen. Gore lijkt op de man die in het kraaiennest de bel luidt: 'IJsberg recht vooruit.' Al deze ontwikkelingen lijken te wijzen op een eindpunt in de tijd.
In tijden van chaos en beroering hebben we de neiging om te grijpen naar snelle oplossingen en krachtig leiderschap. We zien allemaal de manieren waarop organisaties, landen en mensen oplossingen proberen te zoeken om de problemen op te lossen, terwijl ze niet beseffen dat de meeste oplossingen deel uitmaken van het probleem zelf. We proberen dit, we doen dat, we rennen van de ene plek naar de andere, in de hoop dat we iets of iemand vinden die ons kan helpen. Voor sommigen hebben de problemen van doen met geld verdienen, voor anderen liggen ze op het gebied van relaties, voor weer anderen hebben ze betrekking op gezondheid en weer anderen worstelen met alles tegelijkertijd. Onder de oppervlakte zijn we allemaal druk bezig met overleven. We denken dat het antwoord ligt in alles onder controle krijgen en houden, maar we hebben niet de tijd genomen om de juiste vraag te stellen. Terwijl we bezig zijn om de stoelen aan dek opnieuw te rangschikken, zijn we ons er niet van bewust dat ons schip recht op een ijsberg afvaart. We krijgen langzaam in de gaten dat het herschikken van de dekstoelen iets was voor de jaren tachtig en negentig, maar niet meer voor nu. Net zoals op de Titanic zien we een hoop paniek om ons heen, die nog maar net begonnen is. We bevinden ons in een grote crisis en we worden ons er maar langzaam van bewust. Het is niet meer de vraag of we wel of niet de ijsberg zullen raken, de vraag is hoeveel tijd er nog is voordat het schip zinkt. Op dit moment zien we de eerste mensen hun zwemvesten aanschieten en naar de reddingsboten rennen. We proberen angstvallig immigranten te weren omdat we bang zijn dat ons land overbeladen raakt. We zijn in onze angst al zo ver doorgeschoten dat we duizenden mensen overboord duwen om zelf stand te kunnen houden; we sturen ze weer terug naar waar ze vandaan kwamen. Dat gebeurt niet alleen in Nederland en België, maar in heel fort Europa. Als eersterangs wereldburgers zijn we bang dat de hordes derderangspassagiers ons de das om zullen doen. We deinzen er niet voor terug om ze koste wat kost in het benedenruim van de welvaart te houden en dat lukt ons aardig.

OP DE DREMPEL VAN EEN NIEUWE TIJD

Het lijkt erop dat we ons bevinden op de drempel van een soort mega-initiatie, een initiatie op wereldniveau. Velerlei creatiemythes over de hele wereld vertellen over deze overgang, waarin de wereld teruggaat naar het absolute Niets om opnieuw geboren te worden.In de bijbel is dat bijvoorbeeld het verhaal van de Apocalyps, waar de wereld door vele grote rampen wordt getroffen, voordat het Koninkrijk Gods op aarde zal komen. De profeet Nostradamus voorspelde dat rond de komst van het derde millennium grote oorlogen een eind zou maken aan de bestaande wereld, om plaats te maken voor het duizendjarige rijk van de vrede. Vele wijzen en zieners hebben dezelfde visie over deze tijd, en raden mensen aan zich voor te bereiden, zoals de Indiase Shri Babaji: 'De tijd van de grote moeilijkheden komt. Word wakker! Sta op! Ga naar de wijzen en leer van hen. Jullie moeten je allemaal verenigen en deze rampen onder ogen zien.' Volgens de Maya's, de Hopi en de Vedische culturen in India, die hun oorsprong duizenden jaren terug hebben, is deze eeuw een periode van ondergang en vertwijfeling. In India wordt de periode Kali Yuga genoemd, de tijd van destructie en creatie, die in de profetieën bekendstaat als de knieval voor het materialisme en het verlies van spirituele waarden. De Hopi-profetieën vertellen ons dat dit de tijd is van grote transformatie.

We bevinden ons op de drempel van deze grote transformatie, en dat roept veel angsten, pijn en verwarring op. Bestaande structuren doen hun uiterste best hun identiteit te bewaren. Ze zullen strijden tot de laatste minuut om vast te houden aan het oude, uit angst om te sterven en opnieuw geboren te worden. Die overlevingsstrijd van het oude zien we in alle facetten van het wereldtoneel: in godsdiensten, in naties, in politieke partijen, in bedrijven, in families, in instanties, in relaties en natuurlijk in onszelf. Maar we zien daarentegen ook de voorvechters van het nieuwe, diegenen die intuïtief aanvoelen wat er nodig is om het proces van loslaten en sterven te laten plaatsvinden.

Vele heilige altaren worden in deze tijd opgeblazen. Het altaar van het gezin als hoeksteen van de samenleving, het altaar van het huwelijk, het altaar van het geloof, het altaar van autoriteit, het altaar van onze nationale identiteit, het altaar van de veiligheid van grote bedrijven, het altaar van de wereld als centrum van het heelal.

Daarvoor in de plaats krijgen we een veelheid aan vormen terug, een bonte kaleidoscoop van samenlevingsvormen, van seksuele voorkeuren, van spirituele interesses, van verschillende rassen, kleuren en culturen, van netwerken en samenwerkingsverbanden, en wellicht van contacten met rassen van buiten de aarde.

Ilya Prigogine, Nobelprijswinnaar in de chemie, ontdekte dat gassen eerst naar de grootst mogelijke chaos tenderen, voordat ze transformeren naar een nieuwe, hogere, orde. Ik denk dat hetzelfde in onze maatschappij aan de hand is. De chaos zal eerst naar z'n meest extreme vorm zoeken, alvorens we naar een geheel nieuwe orde gaan.

Het oude hiërarchische model, de vaste vorm waarin gezagsverhoudingen duidelijk zijn afgebakend, is aan het verdwijnen. De oude vertrouwde rollen die we speelden, zijn uit het script geschreven. Ervoor in de plaats komen heel nieuwe: rollen die we nog moeten leren kennen, waar we mee zullen moeten worstelen, omdat ze ons onbekend voorkomen en indruisen tegen alle vaste codes en moraal die we tot nu toe hadden. Langzaam glipt alles tussen onze vingers door, totdat we het leven kunnen accepteren zoals het is. Vandaaruit zal een nieuwe structuur zich manifesteren: een innerlijke structuur, een innerlijke veiligheid, een innerlijk weten wat goed en kwaad is. Uiterlijke vormen zullen zich in hun ware essentie tonen; niet meer in hun oude gedaante, in hun verstarde vorm, maar als een levende waarheid, een waarheid die vloeiend is en tegelijkertijd glashelder.

We zullen de dingen aanschouwen met een innerlijk oog, niet meer vanuit de beoordeling van de uiterlijke vorm. Als we met ons hart kijken ziet de wereld er heel anders uit. Een relatie tussen twee mannen of twee vrouwen kan prachtig zijn omdat we liefde zien; een strijd kan mooi zijn omdat we respect en broederschap zien; een huwelijk kan verschrikkelijk zijn omdat er pijn en woede heerst. Een religieuze toewijding kan demonisch zijn omdat er angst en egoïsme in doorklinkt. Niets is wat het lijkt. Alles is zoals het is.

Durf, laat je vallen. Klamp je niet vast aan de schijnzekerheden van het leven. De enige zekerheid is het leven zelf. We zijn in het Westen gewend geraakt om ons leven dicht te plamuren met allerhande verzekeringen en veiligheden. Dat kan nuttig zijn, maar het kan ook dodelijk zijn. We worden traag en sloom, en we verliezen de opwinding van het leven zelf. Durf 'nee' te zeggen tegen dingen die niet kloppen, of die niet goed voelen, durf uit de sociale codes te breken. Er zijn ongetwijfeld mensen die je er weer in willen duwen, maar het is een ontkrachting van het leven. We moeten het lef hebben om onszelf wakker te schudden en risico te nemen. Vertrouwen, dat is het enige wat telt. Vertrouw op jezelf, wees trots op jezelf, en durf te geloven in wie je bent. Als je dat doet gaat er een andere wereld voor je open. We hebben zo geleerd om dat niet te doen en het is dan ook niet gemakkelijk. Je kunt vrienden kwijtraken in het proces, omdat ze je niet meer begrijpen, of jij hen niet, je kunt conflicten creëren, omdat je dingen niet meer accepteert, je kunt regels overtreden, maar weet dan dat er ook andere wetten bestaan: de wetten van het hart, de wetten van het leven en van de natuur; wetten die we vergeten zijn. Ik zeg niet dat je bruut of bot moet worden, hoewel agressie soms best gezond is, maar durf het zwaard van je eigen waarheid op te pakken en te laten stralen in de zon.

We zijn té lang bezig geweest met zaken die er niet toe doen, met ellenlange vergaderingen die nergens toe leiden, met beleidsplannen die levenloos zijn. Zet die zaken overboord, doe de ramen open en laat een frisse wind naar binnen blazen. En laten we met elkaar afspreken dat we degene die het lef heeft om dat te doen niet teckelen en onderuithalen, omdat we zelf nog angstig zijn voor de verandering. Niemand weet hoe het precies moet en waar we heen gaan, maar laten we onszelf toestaan om te zoeken en fouten te maken. Dat is de enige manier waarop we kunnen leren en vooruitkomen. Er vinden grote veranderingen plaats in de wereld en in het bewustzijn van mensen, en laten we daar ieder op zijn eigen manier een steentje aan bijdragen.


Ton van der Kroon