Persoonlijke & relationele groei

Heart of Men IV: de zweethut die wél doorging

Door Jan Roelofs

Kun je in vier dagen het hele spectrum aan menselijke vraagstukken langs zien komen en tegelijkertijd een idee krijgen van de oplossing ervan? Ja, dat kan. Ik heb het zelf meegemaakt.
Het is nu een week geleden dat ik uit die vier dagen ronddenderende draaimolen van Heart of Men IV stapte, en geleidelijk aan begin ik de samenhang te zien in dit avontuur dat ik samen met 19 andere mannen meemaakte, van 8 tot 12 juni 2016, daar in dat paradijselijke stukje Belgische Ardennen.

Er zal nog veel meer tijd nodig zijn dan een week voordat de volle impact van deze vierdaagse mannenbijeenkomst tot me door kan dringen. Erover schrijven helpt te ordenen wat we meemaakten, daar in en rond de Heuvelzaal van het Oost West Centrum, vestiging Orval. Ik begin er zin in te krijgen om al die losse draden te benoemen en al doende te gaan zien hoe ze samen een magisch weefwerk vormen. Net als de vorige twee keer bij Heart of Men II en Heart of Men III kan mijn schrijfsel een artikel worden dat de andere deelnemers – en mijzelf - een antwoord aanreikt op de vraag: “Wat was dit?”
Maar mijn ambitie reikt ook nog iets verder: zou het niet mooi zijn om mensen die er niet bij waren iets te kunnen laten meebeleven van de magie, de diepte en de bewustzijnsverruiming die we in Heart of Men IV met z’n twintigen hebben ervaren?

Ja, dat zou mooi zijn. Niet alleen omdat we dan volgend jaar bij Heart of Men V misschien wel het dubbele aantal mannen krijgen die meedoen (wat zeg ik, het driedubbele, het vijfvoudige, tien keer zoveel…) maar ook omdat in de kleine kiem van deze bijzondere retraite antwoorden opgesloten liggen die een veel groter bereik verdienen dan de omvang van deze bescheiden groep. Antwoorden voor de nieuwe tijd. Het al schrijvend verkennen van deze antwoorden is voor mij al net zo’n opwindend en grensverleggend avontuur als het voor jou, lezer en lezeres is, om door deze aaneengeregen zinnen een nieuw en toch ook weer oeroud perspectief te krijgen op het leven zelf. Want dat was wat het was, Heart of Men IV: het leven zelf. Ga je met me mee in het Verhaal?

Het Verhaal begint met een Val.

Eind mei 2016 ga ik met twee vrienden naar Normandië, waar één van hen een vakantiehuis heeft. Ik ken Dirk en Jos al zo’n 35 jaar, en we hebben in Vitou al vele malen een korte vakantie doorgebracht, gevuld met lekker eten en drinken, mooie films, gesprekken over van alles en veel gelach. Sinds twee jaar heb ik geen geld meer om dit uitstapje te betalen, maar Jos en Dirk houden me vrij.
Woensdagavond laat komen we aan en het is mijn beurt om het slaapzoldertje te beklimmen – Dirk mag deze keer weer in de slaapkamer aan de andere kant van het huis. De volgende morgen word ik gewekt door de vogels en ik maak me klaar om met mijn vaste hardlooprondje de nieuwe dag te begroeten. Eerst even naar de wc. Ik zet mijn voeten op de trap naar beneden en kom in een rare slow motion film terecht. Waar ik een vaste traptrede verwacht is ineens lege lucht: de trap glijdt onder mij vandaan en ik stort omlaag in het trapgat. Zo zal het er van buiten uitzien, maar mijn innerlijke ervaring is een hele andere. Ik zweef omlaag, het geluid is weggevallen of misschien hoor ik een stemmig stukje klassieke muziek, serene strijkers die van mijn val een gracieuze dans maken. Iedereen die wel eens een ongeluk heeft meegemaakt zal het herkennen: je komt in een andere ruimte, de bewegingen duren eindeloos, de harde klap wordt een alsmaar uitgesponnen sierlijke boog, je bent buiten de tijd, alles is goed en vredig, niets om je druk over te maken en tegelijkertijd ben je totaal aanwezig en alert. Heel even ben je verlicht. En dan is het voorbij.
De harde klap is nu echt een harde klap. Mijn linkervoet wordt gemangeld, iets geeft een dreun op mijn linkerdij en ik vind mijzelf terug op de grond, half op en half onder de zware houten trap. Die blijkbaar niet goed vastgemaakt was.

Beduusd kijk ik om me heen. Een geschrokken Jos helpt mij overeind. Gelukkig, niets gebroken. Maar dan begin ik mijn linkerbeen te voelen en zie een angstwekkende zwelling op mijn linkervoet. Snel ijs erop. Ik ga liggen om bij te komen van de klap. Zo onverwachts ineens te vallen! Het raakt aan de grilligheid en onvoorspelbaarheid van het bestaan. En het werpt het volle licht op het verschijnsel pijn. Allejezus, wat kan een been pijn doen. Ik strompel de rest van de tijd een beetje in en rond het huis, rust veel en heel langzaamaan komt mijn lichaam bij van de schok. Dat duurt geen dagen maar weken, misschien wel maanden, zal ik later merken.

Twee weken later ga ik met de trein naar de Ardennen voor de vierde keer dat Ton en ik hier samen Heart of Men organiseren. In Brussel stap ik over en loop ik met een stijf been over het station. Ben blij dat ik mijn rugzak bij de broodjeszaak even op de grond kan zetten. Een zwaarbewapende agent vindt dat niet goed: de rugzak moet om. Stel je voor dat ik een rugzakbom met me meedraag. Ja, stel je voor.
Ik heb er wel begrip voor maar vind het ook een teken van de angstpsychose waar we ons met z’n allen in vastdraaien. “Waarneming is een keuze”, zal een paar dagen later een van de Heart of Men deelnemers zeggen. Ik ben niet bang voor een bom in Brussel. Naiviteit? Fatalisme? Godsvertrouwen?

De trein die vanuit Brussel de Ardennen doorkruist is een heerlijke trein. Rustig, ruim, luxe. Ik heb in Brussel een lekker broodje gekocht en geniet van het uitzicht. Groene heuvels, rustieke dorpjes, dan een rotswand en dan weer glooiend groen. Af en toe dommel ik een beetje weg en het kan mij niet lang genoeg duren. Eigenlijk wil ik dat deze treinreis nooit meer ophoudt, dat ik eeuwigdurend in dit vreedzame pastorale universum mag verkeren. Altijd onderweg, tussen de zoete herinnering aan thuis en de hoopvolle fantasie van mijn bestemming. Maar nee. In Libramont moet ik er uit, voor het laatste stukje naar Florenville, waar Ton en Christiaan me zullen ophalen.

Eigenlijk wil ik dat deze treinreis nooit meer ophoudt”

Dan versnelt de film. Auto, gesprek, kopje koffie met z’n vijven op een terras in Orval. De crisis in de wereld, de geneugten van ayahuasca, speculaties over wat ons de komende vier dagen te wachten staat. Hoe sterk je antenne voor de voorgevoelens ook is: we weten het niet. Ik heb geen zin om er verder over rond te lullen. Laten we er maar in springen.

’s Avonds, bij de appelboom, springen we. We springen de cirkel in die we samen vormen, de cirkel die behalve warme verbondenheid ook een gapend gat, een akelige leegte, een schrijnende afgrond kan zijn. Kunnen we daar bij blijven als het lastig wordt, of zullen we proberen ervan weg te lopen? We zullen in de cirkel elkaar tegenkomen, maar de ervaring leert dat “Open Space” bovenal een manier is om diep in je eigen binnenste te kijken. En het is niet altijd leuk wat je daar tegen komt. Leegte. Allerlei vormen van negativiteit. Pijn. Angst. Wrok. Een taaie vasthoudendheid aan allerlei patronen waarvan je inmiddels echt wel weet dat ze je niet dienen, maar die zodanig vergroeid zijn geraakt met je gevoel van identiteit dat je ze onmogelijk los kunt scheuren. Voor mijzelf is dat bijvoorbeeld mijn overtuiging dat “harmonie” boven alles gaat. Zodra er een conflict dreigt, ontstaat er in mij een blinde neiging om dat conflict onmiddellijk op te lossen. Vaak doe ik dat dan door mijn eigen standpunt op te geven, mezelf te vergeten, het conflict op die manier weer tot harmonie te maken. Het conflict simpelweg ontkennen wil ook nog wel eens helpen.

In de trein door de Ardennen lees ik een boekje van Gert Jurg, een gezamenlijke vriend van Ton en mij en expert in het enneagram. Hij behandelt de kwaliteiten en de valkuilen van elk van de negen types, van hem weet ik dat ik type negen ben, en in zijn boekje (“The Enneagram in Personal Development”) omschrijft hij het glashelder. “Nines will do anything in their power to solve, evade or deny conflict, both externally and internally. (…) The Nine’s solution for the problem of conflict is called self-forgetting. (…) That which is essential and possibly contradictory is disregarded. Not this. Not here. Not now. It is easier and more comfortable to go along with others’ agendas. Self-forgetting is not only inattention; it is an active disruptive and passive agressive force that neglects what is of vital interest to yourself.” Ik herken het. Bah. De agenda waar ik maar al te makkelijk in mee ga om dreigend conflict te vermijden is bijvoorbeeld de agenda van Ton. Eigenlijk is dit hele Heart of Men om te beginnen al de agenda van Ton. De afgelopen maanden heb ik getwijfeld of ik wel weer mee zou doen. Geef mij maar een workshop met een heldere structuur en een duidelijk programma. Dat hele Open Space gedoe is eigenlijk niks voor mij. En toch, en toch…. Ik heb al vaak gemerkt dat juist in die open ruimte er voor mij antwoorden liggen die ik werkelijk niet zou kunnen verzinnen. Een zo’n antwoord is het besef dat een week of wat geleden in gesprek met Ton ineens helder werd: het gaat er voor mij juist om dat ik me op een dieper niveau verbind MET MEZELF! Met dat stuk in mij dat juist wél met Heart of Men mee wil doen. Ja, dat voelde goed. Toen althans. Dat ik dat gevoel van innerlijke zekerheid nu weer kwijt ben, is nou net precies wat ik in die cirkel tegenkom. Fijn, ik mag weer aan het werk, denk ik knorrig.

Het gaat er juist om dat ik me op een dieper niveau verbind MET MEZELF!”

Nou, vooruit dan maar. Ik neem het inzicht mee, de open cirkel in. En zo komen er meer signalen, inzichten, puzzelstukjes op ons gezamenlijke pad. Een van die puzzelstukjes wordt gevormd door de Inner Child kaarten die op de grond liggen. Ieder trekt een kaart, richtsnoer voor het eigen proces. Heeft het betekenis welke kaart je op zo’n moment trekt? De sceptici onder ons zullen zeggen “welnee! Puur toeval!” Maar daarmee sluit je je af voor de rijkdom van het Veld. “Als je de synchroniciteit niet wilt zien, is die er ook niet. Maar als je hem wel wilt zien, wordt het leven een goudmijn aan zinvolle betekenissen”, zei ooit een leraar tegen mij. Door mezelf te openen voor die betekenissen, gaan ze tot me spreken. In de auto op weg van station naar Bois-le-Comte valt mijn oog bijvoorbeeld op een bord van een hotel met de woorden “Salle de Ceremonie”. Het woord “Ceremonie” lijkt wel licht te geven en steekt in in bewustzijn een gedachte aan: zou het niet mooi zijn om samen met het sjamanenechtpaar Frank en Kathy, die de komende dagen ook een groep leiden in Bois-le-Comte, toe te werken naar een gezamenlijke ceremonie op zaterdagavond of zondagmorgen? Zoiets hebben we de vorige jaren ook gedaan, en het was steeds een bijzonder feest. Laat ik die gedachte vasthouden….

De Inner Child kaart die ik trek bevestigt deze ingeving: Staven Zes gaat over “het ritueel als voorbode van de eenheid.” De enige andere man die ook een Staven kaart trekt is Ton. Wij hebben samen de leiding, hebben elk onze eigen talking stick meegebracht. Twee staven. Wonderlijk.
We doen een eerste rondje met de talking stick. Negentien mannen die zich schoorvoetend voor elkaar beginnen te openen. De twintigste deelnemer komt morgen pas omdat hij vandaag nog een lezing moest houden over een boek dat hij geschreven heeft. Het boek gaat over mannen: “De Karakterman”.

De volgende morgen zijn Ton en ik allebei al vroeg en fris wakker. We beginnen de eerste lijnen in het gezamenlijke proces al te voelen. De Phallus – pontificaal afgebeeld op de achterzijde van Ton’s nieuwste boek – en het Kwaad. Als je als man kracht en kwetsbaarheid niet kunt verbinden, schiet je makkelijk door in geweld. De bomexplosie als orgasme. Het kwaad als verdoving van de pijn die we niet willen voelen. We hebben het over de droom die Jung in zijn autobiografie beschrijft: een enorme phallus met een oog er bovenop. De moeder van Jung noemt het in zijn droom “de menseneter”. Op de achterkant van zijn nieuwste boek (over relaties) heeft Ton een afbeelding van een phallus gezet. Op de voorkant een vulva. Dat maakt veel los.

Die eerste ochtend beginnen we met een namenrondje. In het tweede rondje noem je behalvae de naam van jezelf ook de naam van je vader of je moeder. De meeste mannen noemen hun vader, ik noem mijn moeder. In het derde rondje haal je er de naam bij van iemand wiens aanwezigheid je in deze kring uit wilt nodigen. Ik noem mijn vrouw, Dederiek.

De cirkel begint zijn werk te doen

Op zich is de formule heel simpel: in het midden ligt de talking stick. Iedereen die wat wil zeggen pakt de stok, zegt wat hem op het hart ligt en legt de stok weer neer. De anderen luisteren. Zelf merk ik altijd weer dat dat voor een enorme rust en verdieping zorgt: je wordt niet in de rede gevallen en kunt rustig zoeken naar de juiste woorden. En: je laat samen de stilte toe. Soms duurt het wel vijf of tien minuten dat er niemand iets zegt. In die stilte gebeurt enorm veel, zeker op een plek als Bois-le-Comte waar de stilte meer een aanwezigheid dan een afwezigheid is.

Deze eerste ochtend krijgt de stilte nog niet zoveel kans, want de mannen hebben allemaal veel te vertellen. Sexualiteit is een thema dat meteen al van allerlei kanten wordt belicht, en dat is relatief nieuw. Tot een jaar of twee geleden was het in onze workshops altijd een lastig onderwerp om op tafel te krijgen. Veel schaamte, veel angst. Blijkbaar is er meer openheid ontstaan, dankzij het bewustzijnswerk dat ieder van ons doet. Opnieuw merk ik hoe heerlijk ik dit vind, als alles wat lastig is gezegd en gehoord kan worden.

Maar het blijft lastig om steeds met de energie van de groep mee te bewegen. Op een gegeven moment is het genoeg, tijd voor koffie. “Kwartiertje pauze”, denk ik, “en dan gaan we weer verder.” Maar nee. De mannen blijven buiten rondhangen. Ik krijg een sterkje neiging om te zeggen: “okee, we gaan weer verder”, maar dat past niet in het concept. Ik heb hier niet de leiding. Toch pak ik de stok, leg hem in het midden en ga veelbetekenend in de cirkel zitten. Niemand reageert. En ik voel wat me dat doet. Ik kom opnieuw tegen waar ik de afgelopen twee jaar in Heart of Men erg mee geworsteld heb. Geen programma, geen structuur: dat is mooi maar het kan er ook toe leiden dat het helemaal nergens heen gaat. En het moet wel ergens heen gaan, toch? Zo zit ik als enige klaar in de cirkel, te hopen dat de anderen zich bij me zullen voegen. Maar dat gebeurt niet. Ik voel de irritatie aanzwellen. Maar dan besef ik dat het hier om gaat. Gisteravond zei ik het nog zo mooi: “De cirkel is ook een gat, een leegte waar je van weg wilt. De kunst is om daar bij te blijven en te zien wat er gebeurt.” Okee, ik blijf er bij. En tot mijn opluchting merk ik dat het allemaal zo erg niet is. Ik kan aanvaarden wat er nu gebeurt, zonder door te schieten in dat wat ik van mezelf ken en vrees: onverschilligheid. Als het lastig wordt, heb ik een sterke neiging om me af te sluiten. Maar dat wil ik niet, niet meer, niet altijd maar weer dezelfde defensie die het alleen maar erger maakt. Ik wil open blijven. En zo zit ik om me heen te kijken, de kramp van binnen te voelen, de rondtollende gedachten waar te nemen, mijn ongeduld te observeren, te wachten op wat komen gaat. “Gaat er nog iets gebeuren?” “Nou, beste Jan”, zegt mijn Hoger Zelf: “Er gebeurt al iets.”

Ook als er niets gebeurt, gebeurt er iets.”

Dan gebeurt er iets wat ik niet kan bedenken. Een man begint buiten geluid te maken. Is het geneurie of gehum? Ik sla er eerst helemaal geen acht op. Een andere man valt in, met een soort van liedje. Dan licht handengeklap. Geluiden mengen zich, beweging, meer mannen vallen bij, ritmisch, samen zoeken naar een klank, zonder woorden, het geluid wordt een spel waar iedereen in meegenomen wordt. Ik ook, ik zit zachtjes in mijn handen te klappen, merk ik een minuut of wat later. Mijn gedachten die zo naar het houvast van woorden verlangen, komen mee, maar zijn niet erg belangrijk meer. Samen met de klanken glijden ze op en af als golfjes. Ik ontspan in het klankbad, zoals Sven het later zal noemen. Het is goed, het is mooi. Dit is Heart of Men.

Gelukkig voor mij is er toch nog wel een vaste structuur en die heeft te maken met iets waar ik erg van hou: eten. Als de bel voor de lunch gaat schuiven we met z’n allen aan tafel. Heerlijk eten!

Mijn been blijft pijn doen en ik blijf een plan hebben. Een mooie gelegenheid om me niet te verzetten tegen de pijn, maar die juist toe te laten. En een mooie gelegenheid om mijn plan los te laten. Het toelaten van de pijn verzacht, heb ik al vaak gelezen en al menigmaal aan mensen met pijn geadviseerd. Nu mag ik het zelf oefenen en dat is, laten we zeggen: “een hele uitdaging”. In de cirkel zitten we op de grond op een matras. Dat vindt mijn been niet fijn. ‘ s Nachts lig ik wakker van een doffe pijn, met regelmatige steken vanuit de voet. Twee keer neem ik een zware pijnstiller die ik van de huisarts kreeg, maar ik heb het gevoel dat dat niet goed voor mijn lichaam is en stop er weer mee. Lopen gaat wel, als ik mijn linkerbeen maar goed stijf houd. Ik ontwikkel een vreemd loopje.

Tijdens de lunch zit ik aan tafel met Lionel, een Canadese Indiaan van de Micmac stam. Een grote, goedmoedige man met een adelaarsneus. Hij is hier om een zweethut te bouwen voor een Earth Lodge ceremonie, volgend weekend. Hij lacht veel, heeft pretoogjes maar je kunt het harde kantje in hem wel voelen. Gert, deel van ons begeleidingsteam, komt als eerste met het voorstel hem in onze groep uit te nodigen, en hem wat over de zweethut te laten vertellen. “Veel te snel”, vindt Ton. “Daar zijn we nog helemaal niet”. En zo ontstaat de vraag waar de komende dagen veel over gedelibereerd zal worden: vragen we de Indiaan wel of vragen we hem niet?

Vragen we de Indiaan wel of vragen we hem niet?”

Ik denk aan de vorige Heart of Men, waarbij een Grote Vraag was: gaan we wel of niet een zweethut doen? Ik schreef er een artikel over met de kop: “De zweethut die niet doorging”. Nu denk ik: neeeee, niet weer!!! Niet weer die suffe dynamiek van: iemand (ja, vaak ben ik dat) heeft een plan en na eindeloos gepalaver en gezever gaat dat plan niet door. En dat is dan de leerervaring die voor mij in Heart of Men opgesloten ligt. Dat weet ik nou wel.

Of niet?

Klaas heeft grote bezwaren tegen het uitnodigen van de Indiaan. Hij deed een paar weken geleden een vuurloop bij een sjamaanachtig iemand met mooie verhalen en hield er tweedegraadsverbrandingen aan over. Gelukkig gaat niemand hem vertellen dat daar voor hem een les in zat.

’s Middags wordt er weer een puzzelstukje aan het groepsproces toegevoegd. Behalve dat iedere deelnemer een Inner Child card heeft getrokken, heeft Ton er ook eentje voor de hele groep gepakt en die onder de bloemenvaas gelegd. Ineens zijn we als een groep kinderen die een cadeautje mag uitpakken. Wat zou het zijn? Wie mag de kaart pakken? Christophe pakt de kaart, kijkt, en legt hem omgekeerd weer terug. Gelach. Er wordt veel gelachen en dat is heerlijk. Vooral ook omdat het een open, verbindende lach is: we hebben samen plezier. Het is niet de scherpe lach waarbij iemand afgezeken wordt.

De Val naar de Andere Werkelijkheid

De groepskaart: Alice in Wonderland. De associaties vliegen door de Heuvelzaal. Voor mij gaat het vooral om de Val: Alice valt in het konijnehol en komt in een andere werkelijkheid terecht. Heeft mijn Val mij ergens gebracht? Zijn we met z’n allen aan het vallen. En wat is dat gat dan, dat zich vlak voor onze neus bevindt, als we samen in de cirkel zitten?

Pijn. Het is het gat van pijn. De pijn van het enorme gemis van je vader bijvoorbeeld, die uit je leven verdwijnt als je vier jaar oud bent. Als je zestien bent kom je hem in de supermarkt tegen en weet: dat is mijn vader. Maar je durft hem niet aan te spreken. Maar ook de pijn van de schaamte over je eigen sexualiteit. Ontstaan op allerlei momenten. Op allerlei manieren.
De pijn van verlies. Een overleden kind. Een mislukt huwelijk. Financieel aan de grond. De pijn van niet weten wie je bent, wat je wilt, waar je pad heen gaat.
Voor alle mannen is voelbaar dat er met liefde naar je geluisterd wordt. Dat is bijzonder en een groot geschenk. Is dat onze nieuwe werkelijkheid, de nieuwe waarneming die we samen mogelijk maken? Delen is helen.

’ S Avonds arriveert ook het laatste lid: jounalist Jop. Voor de Correspondent wil hij een artikel over Heart of Men schrijven. Het is merkbaar dat hij uit een hele andere wereld komt en dat wij in 24 uur al veel hebben meegemaakt, maar hij voegt toch vrij soepel in en wordt de komende dagen echt deel van de groep. Ik herken in hem de neiging om er als journalist een beetje buiten te blijven staan, maar hij maakt echt contact en komt later ook met zijn verdriet. Knap vind ik dat.

Hoe kunnen we Bois-le-Comte op een dieper niveau initiëren als spiritueel centrum?”

Als ik later in bed lig denk ik aan de vraag die we aan Lionel kunnen stellen: “Hoe kunnen we Bois-le-Comte op een dieper niveau initiëren als spiritueel centrum?” De cursusboerderij van het Oost West Centrum bestaat nu 20 jaar, de plek is gegroeid en stevig geworteld, maar ik heb het gevoel dat er voor de volgende jaren een stevigere spirituele verankering nodig is. Bois-le-Comte als veilig rustpunt in een turbulente tijd….
De volgende morgen schroom ik niet mijn plan voor deze dag aan de groep voor te leggen, waarbij ik iets vertel over de dynamiek van de afgelopen jaren. “En toch heb ik een plan: we gaan vanmorgen in de vijf groepjes van gisteren onze vraag of vragen aan Lionel formuleren, vanmiddag nodigen we Lionel uit en vanavond neemt Gert ons mee in een Trance Dance.”
Als dit een gewone workshop was, zou duidelijk zijn dat het programma voor de dag nu rond was. Maar dit is geen gewone workshop.

De pijn van de groep

Pascal vertelt over een wandeling met de hond die hij maakte, en de hond nam hem mee naar een dijbeen van een hert dat ergens in het bos lag. Ik denk aan mijn been. Hij begint omslachtig te vertellen over de twijfels in zijn relatie. Terwijl hij dat doet gaat Hans naast hem staan en begint schokkerige bewegingen te maken en rare bekken te trekken. Wat gebeurt hier? Later zal Hans zeggen dat hij de pijn van de groep oppakt en die op zijn manier verwerkt, maar voor mij is het nu vooral vreemd wat er gebeurt. Het is het begin van een spontaan ontstaande genezingsceremonie waarbij klank en bewegingen het werk doen. Er komt geen woord aan te pas en dus word ik flink uit mijn comfort zone getrokken. Maar ik geef me er maar aan over en ik moet zeggen: het is heel mooi wat er gebeurt, al begrijp ik er niet veel van. Joris, Sven, Gert, Christophe en ook de andere mannen zijn helemaal in hun element. Huiveringwekkende kreten, een gillende en kronkelende Hans die op de grond ligt en waarom heen wild gedanst wordt, heftige trommelslagen, wolken van salie en andere spirituele luchtjes, bezwerende gebaren, gejoel, steeds heftiger en dan weer afnemend, tot Hans uiteindelijk door Joris op een matras naar buiten gesleept wordt en daar in zon kan bijkomen.

Dan gaat opnieuw de bel voor de lunch.

Na de lunch loop ik naar de bron. Met mijn stijve linkerbeen beweeg ik me redelijk voort, al ziet het er wel uit alsof ik een zware handicap heb. Ineens vraag ik me af of ik mijn been misschien toch weer kan gebruiken terwijl ik er op loop. Mijn val ligt inmiddels toch twee weken achter me. Voorzichtig buig ik mijn been terwijl ik er op sta, en de vlijmende pijn van eerder blijft uit. Kijk eens aan! Ik kan weer normaal lopen, al is het nog voorzichtig en langzaam. Het gekke is wel dat ik de dagen erna nog regelmatig in mijn stijve-been-loopje verval, terwijl dat eigenlijk niet meer nodig is.

Your wound becomes your habit”

In de middag gaan we weer verder. Ik voel iets belangrijks aankomen. Ook Jop heeft een Inner Child kaart getrokken en net als Ton en mij heeft hij een Staven kaart. Later die middag zitten we als drie schrijvers bij elkaar en hebben een interessant gesprek over subjectiviteit en objectiviteit. Maar eerst heb ik weer een frustratie te verwerken.
We zitten in de cirkel met de talking stick, en het gesprek gaat nergens over. Vermoeidheid en verveeldheid gaan tellen. Na de euforie van de ochtend voel ik dat de energie begint te stagneren en dat vind ik een goed teken. Dit is het gat, het tekort. Kunnen we het daarbij uithouden? Als je dat kunt, kan door dat gat de essentie binnenstromen, zegt A.H. Almaas (van de Ridhwan School). Ik ben benieuwd en weer klaar wakker. Ja jongens, hier moeten we nu even doorheen.

Maar dan gebeurt er iets buitengewoon irritants. Ton stelt voor een uitstapje te gaan maken naar een nabijgelegen krachtplek - de heuvel van Arduina – en voordat ik tegen kan sputteren roept de hele groep al enthousiast : ”Jaaaa”. Ja, daar kan ik niet tegenop. Van mijn idee voor de subgroepen en de uitnodiging aan Lionel komt nu natuurlijk niks meer. Het is niet de eerste keer dat Ton van der Kroon mij zoiets flikt. Ik hou mijn mond met de wijsheid die ook heel goed een smoes kan zijn: “Laat het los”. Okee, dan gaan we maar naar de heuvel van Arduina, Ton zal dat wel bekokstoofd hebben met teamlid Willem, ook al zo’n fervent Arduinaganger.

Ik denk toch dat dit de laatste keer is dat ik aan Heart of Men meedoe.

Ton vraagt wat ik van het uitstapje vind. Ik zeg dat ik overvallen wordt door een plotselinge golf van onverschilligheid. Met een heel stijf been strompel ik naar een van de laatste auto’s. Ik kijk wel uit om met Willem en Ton mee te rijden.
Onderweg merk ik dat mijn onverschilligheid boosheid en verdriet maskeert. Wat moet ik daarmee? Een tijdje ben ik stil, dan meng ik me in het autogesprek.

Bovenop de heuvel aangekomen laat ik de wrok van me afglijden en denk ik: nou, we zien het wel. Ton, Jop en ik gaan als de drie Stavenmannen bij elkaar zitten. Jop vertelt over het artikel dat hij schreef over het doodgeboren kind van hem en zijn vrouw. Een dag voor de geboorte wisten ze al dat hun zoon niet meer leefde. Het artikel dat hij schreef balanceerde op de grens tussen subjectiviteit en objectiviteit en die constatering raakt mijn diep. Is dat niet wat we hier proberen te doen? Is dat niet waar ik altijd mee bezig ben? Is dat niet wat bij uitstek bij onze verantwoordelijkheid als man hoort?

We lopen allemaal wat rond over krachtplek, waar Arduina, de godin van de Ardennen ooit door de katholieke Sint Walfroid van haar troon gestoten werd. In de kerk steek ik drie kaarsjes aan: voor mijn vrouw, mijn dochter en mijzelf. Ineens sta ik met tranen in mijn ogen te voelen hoe enorm dankbaar ik ben voor mijn gezinnetje.

Opgetild

Vlak voor het altaar heeft zich een cirkel met mannen gevormd. Ton vertelt wat over de krachtplek, over lichtwerk en nog wat meer waar ik op dit moment niet zo’n open oor voor heb. Toch ga ik erbij zitten en het wordt een prachtige ervaring. Met dertien mannen zitten we in de cirkel en we zijn stil. Dat alleen al. Ik heb het gevoel dat we opgetild worden. Zou ook ik dan toch gevoelig genoeg zijn om een krachtplek te kunnen waarnemen? Dan begint opeens de klok te slaan. Ik luister naar het geluid dat over ons heen golft en dan denk ik: wat hoor ik nu? Het lijkt op een vaag geloei, of een sirene, of nog iets anders wat ik niet kan thuis brengen maar ofwel “gevaar” betekent ofwel een groot “mysterie” aankondigt. Voor de zekerheid doe ik toch mijn ogen maar even open. Het is de fluit van Sven. Dat maakt het niet minder mooi.

We zijn net op tijd voor het eten weer terug.

’s Avonds kijken we samen terug op de middag. Indiaan Lionel komt weer even ter sprake, maar we zijn er nog niet. “Zullen we nu een trance dance gaan doen?” zegt iemand. Daar is het nu te laat voor.

De volgende ochtend eet ik bij het ontbijt opnieuw twee heerlijke geroosterde boterhammetjes met boter en honing. Verzorging van de inwendige mens.
Ik voek me onbestemd rond het groepsproces. Zullen we vandaag nog ergens komen? Of was dit het?

Hans heeft zich in de steek gelaten gevoeld na de healing sessie van gisteren. Hij lag in de zon op het terras en vervolgens keek niemand meer naar hem om. Hij voelde zich “het vrouwtje.” We praten over de risico’s van de groepsdynamiek.

Ondertussen heb ik Lionel al een paar keer verteld dat we nog bezig zijn, maar dat de kans zeker aanwezig is dat we hem uit zullen nodigen. Die ochtend blijken de bezwaren te zijn weggevallen en Lionel wordt gevraagd ons ’s middags te komen bezoeken.

Als hij in onze cirkel zit heb ik het gevoel dat we eindelijk tot een punt komen. Hij neemt zijn hele achtergrond mee, vertelt verhalen vanuit zijn traditie, gaat in op onze vragen en raakt daarmee iets aan waar we naar mijn gevoel tot nu toe steeds omheen zijn blijven draaien: onze verantwoordelijkheid als man. Op een hele eenvoudige en onnadrukkelijke manier wijst hij ons erop dat we allemaal “elders” zijn. Mijn vertaling: we kunnen wel blijven klagen over wat we in ons leven allemaal gemist hebben, maar het is echt wel duidelijk wat ons te doen staat. In zijn woorden: “Do your work”. Dat werk begint bij jezelf: werk aan jezelf, leer jezelf beter kennen, ruim oude hindernissen op en laat oude pijn, oude overtuigingen en oud destructief gedrag los. Doe vervolgens je werk in de grotere kring waar je deel van bent: je familie, je werk, je vrienden, je directe omgeving. En misschien heb je daarna nog wel tijd en energie om je met: ”de wereld” bezig te houden.

Make all your actions into a prayer”

Ik vind zijn aanwezigheid verfrissend. En ga graag met hem mee om later die middag samen een zweethut te bouwen. Vol toewijding ruimen we de plek op die gekozen wordt, zetten wilgetenen in de grond, binden die aan elkaar en steeds herinnert Lionel ons aan die toewijding. “Make all your actions into a prayer.” Elk touwtje waarmee je wilgetakken vastbindt: “it is a prayer.” En waar bid je dan voor? Voor alles wat je hebben wilt dan wel alles wat je graag wilt voorkomen? “Heere God, maakt u toch alstublieft dat ik vandaag geen onvoldoende voor mijn proefwerk haal.” Lionel maakt er iets heel anders van: je bidt voor het welzijn van je familie, je dierbaren, en alle andere mensen, de hele wereld met alles erop en eraan. En je spreekt steeds je vertrouwen en je dankbaarheid uit. Zo eenvoudig is het. Zo laat hij zien hoe je alles wat je doet kunt laden met intentie en bewustzijn.

Als we klaar zijn doen we samen een dankgebed en gaan we op de foto. We zouden deze middag afsluiten met een Chanupa-ceremonie (de chanupa is de heilige pijp van de indianen) maar Lionel heeft zijn chanupa op zijn kamer laten liggen.
En zo ontstaat er als vanzelf de ceremonie waar we al veel over hebben overlegd maar die nu spontaan zijn eigen vorm krijgt: we lopen terug naar het vuur bij de eetzaal, de andere mannen die niet aan de zweethut meewerkten komen erbij, ook de mannen en vrouwen van de groep van Frank en Kathy die op afstand toekijken worden door Lionel uitgenodigd in de cirkel die steeds groter wordt. En zo roken we met z’n allen de vredespijp. Met de rook sturen we onze gebeden naar de aarde en de hemel. In de stilte en de gebaren is het alsof de deur tussen hemel en aarde opengaat.

’s Avonds praten we na in de cirkel. Eerst vind ik het onbenullig en oppervlakkig, we zijn de diepte weer helemaal kwijt. Maar dan vinden we hem godzijdank weer terug. En het recept is zo simpel: praat gewoon vanuit jezelf. Zonder opsmuk, zonder ego-gedoe, gewoon, wie jij bent. En dat dan samen met elkaar. Prachtig.

De ziel van onszelf en van elkaar

Zo ervaren we tijdens Heart of Men de ziel van onszelf, en van elkaar. En ik voel dat dat op een of andere manier blijft. Als ik aan Joris denk, met zijn gekke baardje en zijn luide lach, zie ik ook zijn ogen, met de zachtaardige zorg die hij tijdens de vierdaagse aan menige man gaf. Als ik Jan de B denk, zie ik zijn tastende blik waarmee hij onbekende verten verkent, en ben blij dat ik uit zijn mail begreep dat hij daar niet in verdwaald is. Als ik aan Christophe denk, hoor ik zijn warme stem en zie hem al die dagen voor het vuur zorgen. Als ik aan Gaetan denk, zie ik zijn ingehouden lachje en hoor weer zijn verhaaltjes waarmee hij op wonderbaarlijke wijze de vinger op de al dan niet zere plek legde. Als ik aan Hans denk, zie ik hem weer rare gezichten trekken en rare bewegingen maken: de heyoka, de sacred clown. En ik zie Ynco weer in de kring zitten, vastberaden kracht, en ben benieuwd hoe het met zijn Zembla-interview is afgelopen.
Als ik eenmaal begin met de mannen te noemen, moet ik ze natuurlijk allemaal noemen, denk ik nu. Is dat waarom ik het nog niet deed? En moet dat eigenlijk wel? Ja, dat moet. Want ze waren er allemaal, helemaal.
En dus denk ik aan Bas, die me altijd doet denken aan een aapje, uit de Afrikaanse jungle waar hij zo van houdt. Een wijze aap, eigenlijk wel. En ik zie weer de onzekere blik van Pascal, die tegelijkertijd naar binnen en naar buiten kijkt, vanuit een schrijnend verlangen zoekend naar zijn eigen pad. Hij gaat meedoen aan de padwerkvijfdaagse die ik volgende week mede-begeleid, en daar ben ik blij om. En dan duikt ineens Klaas voor mijn oog op, met zijn hartverscheurende verhaal over zijn vader. Hij trok de kaart van Sneeuwwitje en de zeven dwergen, een puzzelstuk dat hem denk ik nog steeds bezighoudt en dat hem waarschijnlijk eindelijk grond onder de voeten gaat geven. Vervolgens is daar ineens journalist Jop, als een duveltje uit een doosje, waar hij ook wel wat van heeft. Benieuwd wat hij schrijft over dit avontuur.
En dan is daar natuurlijk TomTom, het businessteam dat Ton de weg gaat wijzen in zijn martkbewerking. Jonge Tom voor wie dit allemaal nogal nieuw is maar gretig grote stappen zet. Hij heeft zelf het idee dat hij niet veel zinvols te melden heeft maar elke keer als hij de stok pakt worden we allemaal geraakt door de puurheid waarmee hij spreekt. De (iets) oudere Tom heeft al heel wat ervaring, ook in het sjamanisme, dat hij wil verbinden met de business wereld. Een eenzame strijder die hier steun en bevestiging van zijn broeders krijgt. En dan is er Jürgen, ach, hoe kan ik Jürgen nou vergeten. Een hele gevoelige man die twee jaar geleden een enorme stoot collectieve pijn door zich heen kreeg en niet wist wat hem overkwam. (Ik schreef erover in het artikel over Heart of Men 2014). Nu is hij weer terug en brengt voor mij een zuivere diepte in de kring. Ik kan begrijpen dat die diepte hem zelf beangstigt: op zondagmorgen klopt hij bij mij en Ton aan omdat hij stijf staat van de angst. We brengen hem weer wat meer op de grond, en zo kan hij de dag weer in. Sven is al net zo gevoelig, zijn medium is klank. Heel wat keren helpt hij ons ergens dichter bij te komen – of is het “ergens doorheen te gaan?” met zijn stem en zijn instrumenten. Ook hij worstelt met zijn gevoeligheid in een verharde wereld, en opent voor ons het thema “de duistere kant van de vrouw”.
Marc, de grote man met het grote geluid en het grote hart. Ik rij met hem mee terug, hoor zo meer van zijn eigen verhaal: een vrolijke, fascinerende en soms ook wat wilde zoektocht. Marc is een goeie om in je team te hebben. Christiaan heeft al meerdere keren meegedaan, en het lijkt wel alsof ik hem elke keer dieper in zichzelf zie afdalen. Hij blijft een beetje op de achtergrond maar zet zijn eigen stappen. Gert is lid van ons team, deze wonderlijke warme dansende sjamaan doet dingen die ik niet begrijp maar wel vertrouw. Ik kreeg van hem een bijzondere steen, die nu naast mijn bed op het nachtkastje ligt en later hier in de buurt in de aarde een plek krijgt. Ook Willem gaat al jaren mee, en is ook deze keer weer veel aanwezig afwezig. Als ik mail over mijn plan om een artikel te schrijven antwoordt hij: "beter bezinken dan bedenken". Zoals wel vaker heeft hij weer helemaal gelijk. Ja, en dan Ton, wat moet ik nou toch over Ton zeggen? Zonder hem bestond Heart of Men niet. Maar zonder mij waarschijnlijk ook niet. Vriend, inspirator, soms ook tegenstander. Broeder in de strijd.

En broeders zullen we nodig hebben, want de strijd wordt heftiger. In een wereld waar de spanning oploopt is een groep mannen die laat zien hoe je uit de machtsstrijd kunt blijven en elkaar in de ruimte van het hart kunt ontmoeten, goud waard. Broeders, ik dank jullie.

Aho!     

Volgend jaar weer. Heart of Men V: 21 – 25 juni 2017.

 

Naschrift

De Val

Nadat ik het artikel aan de groep had opgestuurd, had ik het gevoel dat het stuk toch nog niet helemaal af was. Maar wat ontbrak er dan nog aan? De beschrijving van de laatste dag – zondag – was wel wat erg summier. We waren die dag vooral bezig geweest met te kijken hoe we onze ervaringen van Heart of Men weer mee de wereld in zouden nemen. Maar qua verslag was het stuk voor mij wel af. En toch….

Het bleef me bezighouden, en geleidelijk aan begon het me helderder te worden, ook doordat ik regelmatig over de groep droomde. Ik droomde bijvoorbeeld dat we met z’n allen in de zweethut bij Lionel zaten. Afgelopen nacht droomde ik dat we in een soort kerk afscheid van elkaar aan het nemen waren, maar er kwam maar geen eind aan dat afscheid. Vanochtend besefte ik dat dat het is: het is ook nog niet afgelopen!
Niet dat we in deze groep per se weer bij elkaar moeten komen, want het gaat niet om de uiterlijke vorm, maar om de innerlijke vorm. In ons samenzijn is in ons allemaal iets aangeraakt, wakker geworden, dat zich verder wil ontwikkelen. Ik moet denken aan wat John O’ Donohue (“Anam Cara”) ergens zegt: we denken altijd dat onze ziel zich ergens in ons lichaam bevindt, maar het is andersom: we leven met ons tastbare lichaam in onze ziel, die een veel grotere ruimte inneemt.

We leven in de ziel, of we dat nu weten of niet. Die ziel is niet tastbaar, meetbaar of bewijsbaar, maar wel ervaarbaar. Hij is het leven zelf. De ziel is ook helemaal niet sentimenteel, vooral gericht op fijne ervaringen. Goed of slecht, dat maakt de ziel niet uit: het gaat om ervaringen, zowel de ‘mooie’ als de ‘akelige’. Mijn ‘ik’ wil graag binnen mijn comfortzone blijven, mijn ziel stapt daar moeiteloos uit. Mijn ziel weet veel beter dan mijn bewuste ego wat ik hier in dit leven allemaal wil (of is het ‘moet’?) meemaken. De ziel is de baas want de ziel leeft in God. God is alles, God is overal.

Ik loop vaak aan tegen de moeite die mensen met het woord ‘God’ hebben. Maar stap nou in vredesnaam eens af van dat kinderachtige idee dat ‘God’ is wat de kerken er eeuwenlang van gemaakt hebben. Als je moeite hebt met het woord ‘God’, noem het dan ‘leven’, of ‘al’ of ‘weet ik veel’. Maar volhard niet in die hoogmoedige weigering te aanvaarden dat er meer is dan jij snapt. Daar heb je vooral je zelf mee. Vastgedraaid in de materialistische eenzijdigheid van onze cultuur hou je je deur naar de overvloed van het leven stijf dicht. En daar zul je mee doorgaan tot je ermee stopt. In de mildheid van mijn hart vind ik dat helemaal niet erg, ware het niet dat je daarmee de wereld voor mijn dochter aan het verpesten bent. Zij is nu twaalf, haar leven duurt nog lang, zij heeft nog grote dromen, zij leeft nog een grote belofte. Willen jullie alsjeblieft een beetje rekening met haar houden?

Ik ben gevallen en ik val nog steeds. Mijn ziel zegt daar “ja” tegen. De ziel wíl vallen, wil naar de bodem, wil de beker helemaal leeg drinken. Nee, leuk is dat niet. Dat dacht Christus ook toen hij aan het kruis hing. Maar het is wel waar we hier voor gekomen zijn.

We zijn in onze dagen met z’n allen aan het vallen. De val die we maken is de val uit de illusie, om met een harde klap in de realiteit terecht te komen. De grootste, meest verraderlijke illusie is de illusie van afgescheidenheid. Die maakt dat we denken dat we ons allerlei soorten destructief gedrag kunnen permitteren, maar de realiteit begint ons in te halen. De realiteit van de oliecrisis, financiële crisis, eurocrisis, vluchtelingencrisis, terrorismecrisis, klimaatcrisis, grondstoffencrisis en God weet wat voor crises ons nog meer boven het hoofd hangen. Het leven op aarde is niet veilig meer - we waren gemakshalve even vergeten dat het dat voor een hele grote groep mensen al lang niet meer was.

Leven in illusie is een kenmerk van onvolwassenheid. Ik heb de neiging om daar nu allemaal voorbeelden van te gaan benoemen en jou, lezer en lezeres, duidelijk te maken hoe verschrikkelijk dat is, maar dan zie ik het gezicht van Lionel Little Eagle weer voor me. Hij kijkt me aan met een lach, en in zijn lach zit ook een hard kantje. Als het nodig is zet Lionel je op je plek. Hij leeft vanuit de natuurlijke hiërarchie, die de juiste plek van alles en iedereen in de schepping respecteert. Wij kennen vooral de onnatuurlijke onderdrukkende hiërarchie, waar we ons terecht tegen verzetten.

De natuurlijke hiërarchie zegt: “Als je teveel opstijgt, moet je vallen. En als je te diep gevallen bent, mag je weer opstijgen.”

“Alles wat gebeurt is precies het juiste dat moet gebeuren.” (Regel 1 bij Open Space)

“Iedereen heeft de juiste rol.” (Regel 2 bij Open Space)

“Did you remember your prayer?” (Lionel Little Eagle)