Persoonlijke & relationele groei

Het labyrint van de Tijd (Ton van der Kroon)

Voorpublicatie uit het nieuwe boek van Ton van der Kroon.

Na tien jaar onderzoek in het Midden Oosten; na zeven reizen door Egypte, twee reizen door Ethiopië, twee reizen door Jordanië, één reis door Syrië, na zes Healing Conferenties in Jericho en zes jaar traumahulpverlening in de Gazastrook; na één jaar onafgebroken schrijven; na 100.000 woorden typen, 30.000 woorden schrappen en drie maanden correcties is 't zover: mijn nieuwe boek kwam 30 oktober van de drukker.

De publicatie valt samen met het 10.000 jarig bestaan van Jericho, dat op 10-10-10 gevierd werd. Het boek gaat over geheime geschriften van de Katharen; over de oude wijsheid van de Essenen; over het verhaal van de ketterfarao Echnaton; over de liefde en verbinding tussen Salomo en Sheba en over de zoektocht naar een hotel voor de eerste Healing Conferentie in 2005. Maar bovenal gaat het verhaal over een reis terug naar de oorsprong van het geloof; naar de bron van Christendom, Jodendom en Islam.

In een tijd waarin de spanningen tussen de drie broeder-religies weer toenemen, waarin nationalisme en racisme de kop opsteken; waarin de Islam beïnvloed wordt door fundamentalisme; waarin het Christendom wankelt door sexueel misbruik van kinderen; en waarin het Jodendom in Israël balanceert tussen slachtofferschap en daderschap, is het belangrijk te kijken wat ons bindt.

Blijven we elkaar bestrijden, en de zwarte Piet bij de 'ander' leggen, of gaan we op zoek naar onze menselijkheid, onze gemeenschappelijkheid, onze eenheid in verscheidenheid? Kiezen we voor strijd of voor liefde? Het is de grote uitdaging waar we in deze tijd voor staan.

Maar... zoals Ibrahim, de wachter bij de bron, vertelt: 'Om te weten hoe je verder kunt, moet je eerst terug naar het begin....'
Wees welkom in het Labyrint van de Tijd..!


Het Labyrint van de TijdHoofdstuk 1.
Dode Zee vallei, Jericho, mei 2004

Steeds verder daalde ik af de aarde in. 50 Meter onder zeeniveau, 100 meter onder zeeniveau, 200 meter... De weg vanaf Jeruzalem slingert zich door kale witte bergen de diepte in naar de laagste plaats op aarde: de Dode Zee.. Als Jeruzalem de top is van een achtbaan, dan is de Dode zee het eindpunt, 400 meter onder zeeniveau.

Daartussenin een lange glijbaan die afdaalt tot in de grootste vallei van het Midden Oosten. Een vallei die zich uitstrekt van het meer van Galilea in het noorden tot de Rode Zee in het zuiden. Als een grote vulva in de aarde ligt ze daar te blakeren in de zon, al millennia lang. De tijd lijkt er een andere dimensie te hebben; langzamer, eeuwiger, stiller. Te wachten, eindeloos wachten: Op wat? Op wie?

Ik had in Jeruzalem een auto gehuurd en reed vol goede moed het onbekende tegemoet. Onderaan de weg strekte een groot en weids panorama zich voor me uit. Rechts lag de Dode Zee; aan de overkant van de vallei lag Jordanië. Links was een afslag naar Jericho. Op goed geluk besloot ik eerst Jericho te bezoeken. Wellicht was er een terrasje waar ik wat kon drinken en inlichtingen kon krijgen over de omgeving. Na enkele honderden meters rijden doemde een checkpoint op. Jericho was Palestijns, maar aangezien ik al eerder in Palestijns gebied was geweest, was ik niet bang er naar toe te gaan.
'Can I enter?' vroeg ik de jonge Israëlische soldaat die in volle wapenuitrusting onder een overdekking stond, omgeven door legergaas en betonblokken. 'Sure', zei de jongen, die het te warm had om zich ergens heel druk over te maken. Het was midden op de dag, en de temperatuur kon in deze vallei oplopen tot wel 45 graden Celsius. De jongen wuifde dat ik door moest rijden.

Ik gaf gas en reed de weg op die naar het oude stadje leidde. Links en rechts van me zag ik kapotgeschoten beton, een enkele palmboom en droge witte vlakten. In de verte lag een oase waartussen de stad zich verschool. Hoe dichter ik bij de stad kwam, hoe ongemakkelijker ik werd. Tot nu toe was ik alleen samen met Palestijnen in Palestijns gebied geweest, en dat voelde redelijk safe. Maar om hier alleen heen te gaan was een ander verhaal. Jericho was al sinds de tweede intifada van de buitenwereld afgesloten en er kwam geen toerist of buitenlander meer in. De oorlog tussen Israël en de Palestijnen had diepe wonden geslagen. Hoe konden ze zien dat ik dat ik niet Joods was, vroeg ik me af. Was mijn eerlijke gezicht of vriendelijke intentie genoeg om me hier ongeschonden door te laten? Had mijn moeder niet gezegd dat ik echt een joodse neus had? Geen paniek nu, vermande ik mezelf. Laat je niet gek maken. Je rijdt hier gewoon de stad binnen en gaat op zoek naar een terrasje.
Maar in plaats van rustiger te worden sloeg de schrik me opeens om het hart: Het nummerbord...! ik heb een Israëlisch nummerbord op de auto, besefte ik in paniek. Als een gek draaiden mijn hersens om een uitweg te vinden uit deze levensgevaarlijke situatie. Wat moet ik doen? Omdraaien? Hard terugrijden? Doorrijden? Gas geven? Dit is een onbewuste zelfmoordpoging, bedacht ik me. Welke idioot gaat er nu in een Israëlische auto met een joodse neus Palestijns gebied binnen. Hoe kon ik zo naïef zijn? De eerste huizen van het stadje waren al in zicht...

Opeens herinnerde ik me het advies van een Palestijnse taxichauffeur in Jeruzalem. Als hij met zijn Israëlische auto door de Palestijnse gebieden reed deed hij het volgende: Raampje open, langzaam rijden en contact maken met de bevolking. Aangezien plotseling omkeren me nog verdachter leek dan doorrijden, remde ik af tot een langzamer tempo, draaide mijn raampje open, leunde mijn arm naar buiten en lachte als een boer die kiespijn heeft naar buiten. Het klamme zweet stond in mijn handen, terwijl ik de eerste straten van Jericho binnenreed.

Dit was wat anders dan Jozua die met trompetgeschal de stad ooit innam, waarbij de muren met donderend geraas en veel hemelse bombarie naar beneden kwamen. Dit was een ondoordachte daad die leek op een act van Tommy Cooper, de komiek met de Fez op zijn hoofd, waarbij iedere goocheltruc altijd jammerlijk mislukte. Lachwekkend, ware het niet dat ik me in een uiterst penibele situatie bevond.

Tommy Cooper had een hartaanval gekregen terwijl hij een van zijn absurde goocheltrucs uitvoerde, en het publiek had over de grond gerold van het lachen, totdat ze doorkregen dat de man tijdens de act gestorven was. Een goddelijke grap.. 'Concentratie, Ton. Rustig rijden, niet teveel opzien baren', zo sprak ik mezelf streng toe. Parkeer je auto op het midden van het plein zodat iedereen je goed kan zien. Het is moeilijker om iemand van kant te maken op klaarlichte dag midden op een plein, dan ergens in een straatje achteraf...

Ik stopte mijn auto op het plein, dat het centrum vormde van het stadje, stapte uit en keek om me heen. Enkele inwoners keken me verbaasd aan. 'Dit is heel gewoon, ik doe dit vaker,' probeerde ik hun te antwoorden met mijn ogen, maar ik weet niet of ze mijn blik interpreteerden als misplaatste zelfverzekerdheid of pure angst. Ik stak de straat over en zag een koffiehuis waar een aantal mannen aan de waterpijp zaten. Ze keken me aan terwijl ik aan een vrij tafeltje ging zitten. De Palestijnse ober kwam naar me toe. 'A coffee please,' zei ik. 'Arabic.' Je moest toch ergens beginnen met contact.

Door de koffie kon ik lichtelijk ontspannen, en aangezien er nog steeds geen aanslag op me was gepleegd en de mannen uit het koffiehuis daar ook geen enkele aanstalten toe leken te maken, overdacht ik mijn situatie. Hier zit ik, alleen, in een Palestijnse omgeving, en ik ben op zoek naar een hotel.

Een hotel om een conferentie in te organiseren, als wel een hotel om in te slapen voor de nacht. Ik besloot de gok te wagen en vroeg een van de mannen uit het rijtje waterpijpen. 'Hotel...' gebaarde ik. 'Sleep.' En ik vouwde mijn handen naast mijn gezicht alsof ik aan Aborigines uit moest leggen dat ik wilde slapen.

Een van de mannen stond op en gebaarde me mee te gaan. 'I know a hotel across the street, My name is Amir.' Zei de man in vloeiend Engels. 'I'm living here in Jericho but I used to study in Germany for a couple of years. Now I'm back.' Zijn stem klonk ietwat triest, maar ik was blij iemand gevonden te hebben waar ik mee kon communiceren. Het stadje zag er opeens minder gevaarlijk uit. Wat op een hoofdstraat uit een Western had geleken, waarbij ieder ogenblik iemand schietend de saloon uit zou kunnen komen rennen, bleek een rustig en vriendelijk stadje te zijn, waar iedereen tijdens het middaguur de warmte probeerde te doorstaan.

Hisham Palace Hotel, stond er in vale letters boven de ingang. "It's not much,' verontschuldigde Amir zich, 'but you can try. If you want I'll show you the town later. This is my phone number.' Hij overhandigde mij zijn businesskaart. 'I'm a technician at the cablecar,' verklaarde hij. 'It can bring you up to the mountain of Temptation'.

Ik bedankte de man, en stapte het hotel binnen. Een grote, kale en donkere ruimte vormde de lobby van het hotel. Hier en daar stond een bank, er hing een lamp uit het plafond en de muren waren afgebladderd en hier en daar gebroken. Er klonk moeizaam gesteun op een van de banken en de hotelmanager richtte zich op uit zijn middagslaap.
'Salaam', groette ik de man. 'Salaam Aleikum.' De man wreef zijn ogen uit en keek naar de klok. Dit was geen goed moment, besefte ik me, maar als ik de lobby rondkeek bestond hier geen goed moment.. Het leek erop alsof hier al jaren geen gast meer was geweest. Ik bleek achteraf gezien niet ver naast de waarheid te zitten..

'Do you have a room?' vroeg ik de man.
'Yes, come with me,' en hij gebaarde me te volgen.
Hij ging me voor de trap op en mijn angstige gevoel kwam weer terug. Waar was ik in hemelsnaam in verzeild geraakt? De trap was kapot, maar dat was nog het minst erg van de ravage die ik om me heen zag. In de muren zaten kogelgaten, de daken waren kapot en op de grond lag tapijt dat al eeuwen geleden vervangen had moeten worden. De man opende de deur van een van de kamers op de eerste verdieping.

Het bleek de enige kamer te zijn die nog gebruikt werd. De deur zat los in de hengsels, en de kamer zag eruit of de derde wereldoorlog hier onlangs nog had gewoed. De gordijnen hingen scheef voor het raam. Daarnaast was een balkondeur waar al het glas uit was en die uitzicht gaf op een vuilnisbelt aan kapotte bedden, stoelen, stukken beton en bergen afval. De minuscule badkamer was onooglijk vies en er liepen insecten langs de randen. Ik durfde het bed nog niet open te slaan. Ik had in ieder geval mijn slaapzak in mijn bagage, dus in het ergste geval kon ik in mijn eigen beddengoed gaan liggen.. 'OK,' knikte ik tegen de man. Je wilt een hotel of niet, dacht ik.

Toen ik 's avonds in een restaurant ging eten voelde ik me wonderwel al op mijn gemak in het stadje. Het was overzichtelijk met zijn dorpsplein en zes straten die er op uitkwamen, de mensen waren uiterst vriendelijk en de algehele sfeer was er een van ontspanning, gemoedelijkheid en rust. Ik had mijn huurauto met Israëlisch nummerbord kunnen parkeren op de binnenplaats van het hotel.

Ik besloot de volgende dag Amir op te bellen en hem te vragen of hij me de kabelbaan kon laten zien. Ik kende de Mountain of Temptation uit de Bijbelverhalen maar kon me niet meer herinneren wat daar had plaatsgevonden. Had Abraham hier zijn zoon op het offerblok gelegd? Had Jacob hier gevochten met de engel, of Jezus met de duivel? Er was iets met verleiding, maar wat?

Terwijl ik mijn broodje falafel opat, keek ik naar het televisiescherm waarop een oude B-film over de kruisvaarders te zien was. Het viel me op hoe klunzig en sloom de kruisvaarders eruit zagen, totdat ik me besefte dat deze film een Arabische versie was van het verhaal. De Kruisvaarders waren de boeven! Natuurlijk, hoe heb ik zo dom kunnen zijn. Ik dacht aan de kleine kruisvaardersoldaatjes waar ik vroeger mee speelde, en de heroïsche verhalen over ridders die naar het Heilige Land trokken om Jeruzalem te bevrijden van de barbaren.

Opeens begreep ik dat er een hele andere kant aan het verhaal zat, en ik voelde me lichtelijk verraden, net zoals je je voelt als je erachter komt dat Sinterklaas niet echt bestaat. Deze hele geschiedenis was altijd vanuit het Westerse standpunt verteld, maar de waarheid zou ongetwijfeld heel wat meer naar het midden liggen dan ik of wie dan ook in het Westen wilde erkennen. Want waren de muzelmannen niet de boeven, zoals de Palestijnen altijd terroristen waren, of op zijn minst gevaarlijke fanatici?
Ik staarde naar het beeldscherm en besefte dat ik net als Alice in Wonderland in een geheel andere wereld terecht gekomen was.


'Labyrint van de Tijd' door Ton van der Kroon. Uitgeverij Ankh Hermes, Deventer, € 20,-
 

HUISKAMER TOERNEE
Vanaf november ga ik op toernee door Nederland en België, om over het boek te vertellen, maar meer nog om de kennis van de Essenen te delen, samen te mediteren en ons af te stemmen op ieders eigen rol binnen het grotere verhaal van deze tijd. Je kunt dan natuurlijk ook het boek kopen!
Op 15 december ben ik in Gent, op 16 december in Leuven en op 17 december in Antwerpen. De entree is 15 €  en de avond start rond 19.30u. Meer info.