Persoonlijke & relationele groei

Op zoek naar Maria... Magdalena (Ton van der Kroon)

"Er is niets wat je niet al weet. Alles is in je eigen ziel verborgen, verzegeld als het ware, en het is aan jou om het kado te openen. Lang geleden zijn de zegels van versluiering aangebracht, maar nu is de tijd om ze weer open te maken. Maak er een feest van! Geniet van de weg van ont-dekking. Als je bereid bent door de duisternis heen te kijken zul je een groot feest ontdekken; het feest van het bestaan. Achter de dood ligt de liefde. Laat je gaan en ga mee op deze reis, die je naar verten voert die je in je stoutste dromen nog niet kon bevroeden. " MM


Augustus 1998
Ik was met mijn vrouw en dochtertje op vakantie in midden frankrijk en ik was het schoolvoorbeeld van een gestresste vader op vakantie die te lang heeft doorgewerkt: snel geïrriteerd, rusteloos en ongenietbaar voor anderen en waarschijnlijk nog het meest voor mezelf.

Op een warme dag maakten we een uitje naar Vezelay. Er scheen daar een mooie, oude kerk te staan. Ik kon maar nauwelijks genieten van het tochtje, maar het vooruitzicht om een oude basiliek te bezoeken trok me wel. Toen we door de laatste vallei reden, lag ze daar; een toonbeeld van schoonheid en rust, boven op een heuvel; de basiliek van Maria Magdalena. We reden het kleine dorpje in en wandelden over de oude pelgrimsstraat naar boven, tot we aan de voorgevel van de basiliek kwamen. Terwijl ik in en rond de basiliek van Vezelay liep, werd mijn stemming steeds somberder en verwarder. Ik liep als een bezetene over het terrein. "Er is hier iets niet in de haak" ging door mijn hoofd. Maar wat? Waar zoek ik naar? Ben ik aan het doordraaien? Ik ken deze plek.. Ik ben hier eerder geweest. Maar ….niet in deze tijd....

Ik liep de basiliek nog eens in, ging naar de crypte om rust te vinden – die ik niet vond – en las het toeristenboekje er nog eens op na:"De bouw van de basiliek was begonnen in 1096. Vlak nadat de basiliek ter ere van Maria Magdalena af was, werd ze in de nacht van 21 op 22 juli 1120 door brand verwoest waarbij 1200 mensen levend werden verbrand…"
Na het verhaal drie of vier keer overgelezen te hebben, bleef opeens mijn hart stilstaan bij de laatste regel. 22 juli was de naamdag van Maria Magdalena, de beschermheilige van de basiliek. 1200 mensen verbrand… Ik las verder in het toeristen boekje: de brand van Vezelay in 1120 was een tragisch ongeluk. Een ongeluk? Ik keek naar het stenen gebouw. Hoe krijg je 1200 mensen verbrand in een kerk? Had niet minimaal de helft kunnen ontsnappen?

Het jaartal 1120 riep een andere associatie op: Ik bestudeerde de geschiedenis van de Catharen en wist dat een jaar daarvoor – in 1119 –het eerste concilie tegen de Catharen was gehouden door de Roomse Kerk. Opeens vielen allerlei puzzelstukje in elkaar: In die tijd was er – vlak na de eerste Kruistocht naar Palestina in 1096 – een plotselinge grote interesse voor de gnostiek – de innerlijke weg naar God. Tegelijkertijd ontstond er een grote belangstelling voor Maria Magdalena, als de "apostel der apostelen" en "de geliefde van Jezus". De toeloop naar Vezelay en de basiliek die haar relikwieen herbergde was niet te stuiten. De roomse kerk zag dit met lede ogen aan, en besloot uiteindelijk tot de complete uitroeiing van deze kerkelijke dwaling: Na veel gepraat, talloze concilies en beschuldigingen over en weer vond in 1209 de Albigenzenkruistocht plaats tegen de Catharen waarbij duizenden mensen in het zuiden van Frankrijk werden omgebracht. De kruistocht begon in Beziers op…..22 juli, de naamdag van Maria Magdalena. Toen niet veel later de ridders van de Tempeliersorde ook in ongenade vielen, werden een aantal tempeliers in Rousillon op de brandstapel gezet op….22 juli, de naamdag van Maria Magdalena.
Er leek maar één verklaring voor de brand van de basiliek: de deuren waren gesloten waarna de kerk in de brand was gestoken.

Bij deze ontdekking was ik op slag van mijn humeur af; alle verwarring, depressie en somberheid die ik de dagen daarvoor had gevoeld viel als een baksteen van me af. "Dit is het! dacht ik.

Herfst 1998
Enkele maanden later – ik was inmiddels weer terug in Nederland en de herfst was begonnen – zat ik in mijn werkkamer voor me uit te staren. Ik kon maar niet met mijn werk beginnen, had nergens zin in en bleef maar beelden van de basiliek in Vezelay zien. ‘Ik moet terug, dacht ik. ‘Ik moet weten wat er precies gebeurd is. Dan kan ik weer verder." en ik vertrok voor een kleine week naar Vezelay. Mijn vermoeden was dat de kerk in 1120 niet volledig was afgebrand, maar alleen uitgerookt was en daarna weer schoongemaakt en opgebouwd. Ook had ik allerlei vermoedens over de bouw van de basiliek die niet klopten met de architectuur en geschiedenisboekjes. Zo was de voorhal, de narthex, tegelijkertijd met het middenschip gebouwd, en niet na de brand eraan toegevoegd. Sterker nog, ik had het gevoel alsof ik precies wist hoe de bouw verlopen was en ik hoefde maar in mijn herinnering te zoeken en ik zag de verschillende bouwfasen voor me. Het was alsof er zich voor mijn ogen een film afspeelde waar ik zelf deelgenoot van was geweest. Ik hoefde maar te kijken en de beelden verschenen.
Ik nam de trein naar het stadje Avallon en wandelde vandaar door de bossen naar Vezelay. De herfst kleurde de bomen in velerlei tinten en toen ik het bos uitkwam zag ik de basiliek op de heuvel als een witte parel in een bontgekleurde deken. Ik liep het dorpje in en klopte aan bij het oude klooster van de nonnetjes van Sainte Madeleine. Of ik mocht overnachten. De oudere non keek me wat wantrouwend aan. Ik liep weliswaar niet naar Santiago de Compostella, maar voelde me wel een pelgrim: ik was op zoek naar een heilige bestemming.

Toen ik zei dat ik schrijver was mocht ik binnenkomen. Vanuit mijn kamer had ik zicht op de basiliek. De volgende ochtend bij het krieken van de dag voegde ik me bij een klein aantal monniken en nonnen in de ochtendmis – de lauden. Ik genoot van het gezang en de eenvoudige devotie van de kloosterlingen.

Tijdens de communie kwam opeens één van de nonnen naar me toe – verscholen onder haar habijt zag ik een mooi, jong meisje. Ze wenkte me en liep naar de tafel waar het brood en de kelk stond. Ik was verward en verbaasd. Wat wilde ze van me? Dit ritueel kende ik niet. Ze vroeg me of ik de kelk met de wijn naar het altaar wilde brengen. Ik pakte de kelk en liep achter haar aan. Ik knielde voor het altaar onder het hoge koor – alsof ik dit honderden keren had gedaan – en zette de graal met het bloed van Christus op het altaar neer. De tranen van ontroering biggelden over mijn wangen. "Geef me inzicht en helderheid waarom ik hier ben en wat ik hier moet doen," bad ik.

Opeens hoorde ik de stem van Maria Magdalena in mijn hoofd klinken, helder en duidelijk als het kabbelende water van en rivier.

"Beloof me dat je dit verhaal opschrijft" hoorde ik haar stem in mijn hoofd. "Ik ben te lang afwezig geweest in de harten van mensen en verketterd tot een hoer. Dat was niet wat ik was. Ik begreep de leringen van Jezus maar al te goed, en wijdde hem in in een ander aspect van goddelijkheid; de weg van de intimiteit en sensualiteit. Naast het leren staat het genieten. Beiden moeten aanwezig zijn om een volledig mens te worden, maar het laatste aspect is steeds verder uit het geloof verdrongen. Het is belangrijk dat dat aspect weer terugkeert. Dat mensen weer gaan genieten en zo de toegang weer vinden tot hun eigen goddelijke kern, net zoals Jezus deed."

Ik beloofde haar verhaal op te schrijven en keerde terug naar huis.
De maanden daarna schreef ik dagelijks lange stukken. Het schrijven ging als vanzelf, en daarnaast bracht ik vele uren door in bibliotheken en met het lezen van boeken over architectuur, over de middeleeuwen, over de strijd tussen de Catharen en de Roomse kerk en alles wat op mijn pad kwam. Soms ontdekte ik dat wat ik had opgeschreven of "verzonnen" ook historisch bleek te kloppen, wat een aanmoediging was om door te gaan. Langzaamaan kreeg het ‘Boek der liefde’, over de zoektocht naar het verborgen evangelie van Maria Magdalena, gestalte.

Ik begon te begrijpen dat het verhaal van het Boek der Liefde slechts een klein deeltje is in een veel groter verhaal. Dit grotere verhaal gaat over de ontkenning van seksualiteit en van vrouwelijkheid in onze cultuur. In Maria Magdalena komen deze twee aspecten samen. In onlangs opgegraven geschriften (bij Nag Hammadi en Qumran) wordt ze beschreven als de vrouw die "het Al kende" en als de "Apostel der Apostelen". Dat verhaal over prostitutie was pas in de derde eeuw na christus bedacht....Ze was een wijze vrouw, een ingewijde. Vooral Petrus zinde dit niet. "Waarom vertrouw je haar meer toe dan ons", vraagt Petrus ontstemd. "Als blinden en zienden in het donker zijn, maakt het geen verschil. Maar als het licht aangaat, kunnen de zienden zien en blijven de blinden in het duister." Antwoordde Jezus, waarmee hij de rol van Maria Magdalena verklaarde.
Die angst voor en ontkenning van de vrouw heeft zich in het gehele Christendom voortgezet, en heeft onder andere geleid tot de heksenvervolging, de kruistocht tegen de katharen en de algehele onderdrukking van het vrouwelijke. Het verbieden van voorbehoedsmiddelen, het weigeren van vrouwen in het priesterlijke ambt, het verbod op abortus en andere zaken die in deze tijd nog steeds in de kerk spelen vloeien voort uit dit dilemma. Vrouwen werden gezien als afgeleide van de man, en als mindere van de man, voorbestemd voor de drie K’s: kinderen, keuken en kerk. Zij was immers de rib van Adam en had hem verleid tot de duivel.....

Dit artikel is het eerste deel van een trilogie, deel 2 speelt zich af in Reims en deel 3 in Parijs.