Persoonlijke & relationele groei

Venustransit: Op maat voor de grote kladderadatsch?

Wisten de Medici iets over 2012 wat voor ons nog een raadsel is? De Venustransit van 6 juni aanstaande markeert volgens de Maya's het moment dat het nieuwe tijdperk zijn schaduw vooruit begint te werpen. De opmaat voor de 'galactische synchronisatie' van 21 december, Hoe een renaissanceschilder ons aanwijzingen geeft over wat ons dit jaar boven het hoofd hangt.

Dit is geen succesverhaal. Ik weet het, spirituele inzichten worden vaak verkocht met het argument dat de geestelijke overvloed bij de persoon in kwestie niet alleen heeft geleid tot diepe innerlijke vrede maar ook tot grote uiterlijke welvaart. Bij mij is dat niet het geval. Dat vind ik eerlijk gezegd onverteerbaar, 'maar ja', zeg ik dan met mijn door vele groeiervaring aanzienlijk ontwikkelde bewustzijn, 'het is wat het is.' En toch blijft het knagen.

Waarom lukt het mij toch zo slecht om innerlijke en uiterlijke rijkdom bij elkaar te krijgen? Antwoord: omdat er nog steeds een les is die ik moet leren, en die ik, hardnekkig als ik ben, alsmaar niet volledig onder ogen wil zien. Wat dat betreft bevind ik mij in precies dezelfde situatie als de mensheid, die met grote snelheid op de rampen van het einde van de Mayakalender afstormt. We weten het wel maar we willen het niet weten. Wat? Dat we zo niet door kunnen gaan. Dat we niet door kunnen gaan met elkaar als vijand te blijven beschouwen, bang voor het leven en belust op eigen gewin. Diep van binnen weten we heel goed dat er een einde komt aan onze staande praktijk van bedrog, halve waarheden, praatjes voor de vaak en het verkwanselen van onze integriteit. Maar we kijken liever de andere kant uit. Naar buiten in plaats van naar binnen.

Het is zo simpel: "Heb uw naaste lief als uzelve" maar tegelijkertijd zo verschrikkelijk moeilijk. We hebben heel lang – zo'n 26.000 jaar – de ruimte en de tijd gekregen om zelf de weg naar waarheid en liefde te vinden. We zijn een heel eind gekomen maar we zijn er beslist nog niet. Kijk vanavond maar naar het Journaal. We zijn nog zoekende, maar... onze tijd begint op te raken. Op 21 december van dit jaar is het afgelopen, en op 6 juni aanstaande luidt de bel voor de laatste ronde. Dan vindt de Venustransit plaats, wat wil zeggen dat Venus vanaf de aarde gezien voor de zon langs schuift. Komt eens in de 120 jaar voor, en dan tweemaal, met acht jaar ertussen. Volgens een Maya-profetie beleven we op 6 juni het moment waarop de allerlaatste fase van onze huidige tijdscyclus begint, en het nieuwe bewustzijn op aarde wordt geboren. Het is als het ware de aanloop naar galactische synchronisatie op 21 december van dit jaar, als als aarde, zonnestelsel en melkweg op één lijn zullen staan met de rest van het universum. Deze conjunctie komt eens in de 26.000 jaar voor en laat volgens de Maya-profetieën enorme kosmische krachten vrijkomen. Het is ook het moment dat de huidige Mayakalender eindigt, en een nieuw tijdperk begint.

Okee, met Venus begint het dus, over een paar maanden. Volgens de Maya's dan. En wat er dan begint is lang niet altijd leuk. Want bij de Maya's – het eerste volk dat besefte dat Morgen- en Avondster een en dezelfde waren – werd Venus in verband gebracht met kwaadaardige en agressieve goden, droogte, gevaar en oorlog. Andere koek dus dan de in de westerse cultuur meer gebruikelijke harmonieuze associaties van Venus met liefde en het vrouwelijke. Hoewel... begon de Trojaanse oorlog juist niet met Aphrodite, zoals Venus bij de Grieken heet? En Kali, de afschrikwekkende Indiase godin van de vernietiging...ook een vrouw. Hebben we ons misschien een iets te rooskleurig beeld van het vrouwelijke eigen gemaakt?

Hoe dan ook, laten we in navolging van de Maya's zeggen dat er op 6 juni iets geboren wordt, en dat dat met Venus te maken heeft. Door een droom, te ingewikkeld om hier na te vertellen, en het met behulp van internet uitpluizen van de droommotieven, kwam ik bij een schilderij van Venus terecht, gemaakt door de Italiaanse Renaissanceschilder Agnolo Bronzino. In de Renaissance werden er veel schilderijen van Venus gemaakt. Voor dit schilderij werd de opdracht gegeven door Cosimo de Medici, in de 16e eeuw groothertog van Toscane.

Op het schilderij staan een aantal figuren: Venus, haar zoon Cupido (ook wel bekend als Eros of Amor), Vader Tijd, een jongetje dat klaar staat om rozenblaadjes te gooien, een paar figuren die symbool staan voor vergetelheid (linksboven), jaloezie (halverwege links) en een figuur die schuilgaat achter het jongetje met de rozenblaadjes. Het is deze figuur die mij het meest intrigeert. Ze heeft het gezicht van een jonge vrouw, maar haar lichaam is half leeuw, half schorpioen. In haar linkerhand, die aan haar rechterarm vastzit, houdt ze een honingraat. In haar andere hand iets wat een van de geraadpleegde kunstkenners omschrijft als 'een giftig dier'. Deze figuur staat bekend staat als 'Manticore', wat ook het woord was dat bij me binnenviel, al heb ik geen idee waar vandaan. 'Manticore' stamt uit het oude Perzië, de naam betekent 'menseneter'. Wat doet dat monster op dit schilderij? Wat betekent het schilderij überhaupt? Voor veel deskundigen gaat het over de thema's lust, bedrog en jaloezie, maar wat de schilder er mee heeft willen zeggen, dat weet niemand. De titel van het schilderij is 'Venus, Cupido, Dwaasheid en Tijd' maar het staat ook bekend als 'Overwinning van Venus'.

Terug naar de Maya's, over wiens profetiën qua betekenis ook geen eenstemmigheid bestaat. Er bestaat inmiddels een enorme brei aan informatie over de Mayakalenders en hun betekenis en veel schrijvers speculeren er vrolijk op los. Ik ook. Toch zijn er wel draden in het weefsel te onderscheiden waar men het min of meer over eens is:

* het einde van de Mayakalender luidt een nieuw tijdperk in waar eenheid, verbondenheid met de aarde en evenwicht tussen de geestelijke en de materiële sfeer meer nadruk krijgen.
* de overgangstijd zal gepaard gaan met de nodige turbulentie.
* de kwaliteit van het collectieve menselijke bewustzijn zal van invloed zijn op de uitkomst.
* de mensheid zal zich haar oorsprong en ware wezen geleidelijk aan meer gaan herinneren.

Maar wàt de Maya's ons nou precies te vertellen hebben, bleef me maar ontglippen. Tot het moment dat ik besefte dat de Maya-cultuur op een fundamenteel andere manier tegen het verschijnsel 'tijd' aankijkt dan wij gewend zijn. Voor ons is 'tijd' een lineair verschijnsel: we komen ergens vandaan, we zijn nu hier, en we gaan ergens heen. Verleden, heden en toekomst liggen op een eeuwig voortgaande lijn, waarvan begin en eind elkaar niet raken; integendeel: hoe verder je komt, hoe verder verleden en toekomst van elkaar af liggen.

Voor de Maya's is 'tijd' een circulair verschijnsel. Elke dag begint weer op dezelfde manier: met de zonsopgang. En ook het jaar is een cyclus, en waar dat jaar begint en eindigt is in wezen niet te zeggen. Wij zeggen '1 januari', maar de Joden en de Grieks Orthodoxen denken daar anders over. Het zijn afspraken. Maar de natuurlijke cycli zijn geen afspraken; dat zijn fenomenen. De aarde kent natuurlijke cycli (dag en nacht, het jaar met zijn seizoenen, de maanstanden, eb en vloed) maar die cycli worden niet alleen maar door de aarde bepaald. Ze bestaan bij gratie van de interactie met andere hemellichamen en groepen en combinaties daarvan: zon, maan, planeten, sterren, de Melkweg, het Universum. Wij zijn gewend geraakt ons daar niet veel meer van aan te trekken. We gaan onze eigen gang en doen waar we zin in hebben. De invloed van de maan op het water op onze planeet wordt bijvoorbeeld wel erkend daar waar we er echt niet omheen kunnen (eb en vloed) maar het maaneffect op bijvoorbeeld sapstromen, groeifasen, waterbronnen en ons eigen menselijk lichaam wordt in de reguliere wereld van media en wetenschap lacherig afgewezen. Net zoals we onszelf als afgescheiden wezens ervaren, is dat ook zoals we de aarde zien: een geïsoleerde planeet, die haar eigen gang gaat. "We hebben met niemand iets te maken". Waar het ingewikkelde stelsel van samenhangende Mayakaleners ons op wijst is dat dat een illusie is.

De les die ik zelf nog aan het leren ben is dat ik niet alleen op aarde ben. Die waarheid wil bij mij nog steeds niet doordringen omdat ik op een diep niveau in mijn ziel vast wil houden aan mijn kinderlijke onschuld – 'ik heb niets misdaan!' – en tegelijkertijd aan mijn kinderlijke almacht – 'Ik bepaal alles!'. Aan die les heb ik nu al zo'n 20 jaar gewerkt, steeds laagje voor laagje afgepeld, steeds dieper tot de 'wortel van alle kwaad' die ook in mij vruchtbare bodem gevonden heeft, maar ik heb die wortel er nog steeds niet uitgetrokken. Want leven zonder reserve, zonder mezelf toch nog ergens achter te houden, zonder de pseudoveiligheid van mijn isolatie, is wel erg naakt, onbeschermd en kwetsbaar. Ik mag graag toch iets achter de hand houden, maar begin de laatste weken te beseffen dat dat me steeds meer op begint te breken. Volgens mij is dat het naderende effect van '2012', een jaartal waar al jarenlang van alles over beweerd wordt maar waar we nu dan toch in zijn aanbeland. Met z'n allen.

Dit is geen succesverhaal, maar het hoeft ook geen rampenfilm te worden. It's up to us. Gaan we door op ons pad van afgescheidenheid, dan loopt het slecht af. De zeventien Mayakalenders die ons bekend zijn en die samen een geïntegreerd geheel vormen, wijzen ons een andere richting. De filosofen en kunstenaars van de Renaissance hadden weet van diezelfde samenhang. Zij grepen terug op de Oude Grieken, waarvan ze de wijsheid en kennis opnieuw geboren lieten worden.
Waarom besteedde Cosimo de Medici, in de vijftiende eeuw grondlegger van het machtige en rijke Medici-imperium, zoveel geld aan de kunsten? Hij besefte dat de spanning tussen geld en god, tussen de materiële en de geestelijke dimensie niet anders bestendig vruchtbaar gemaakt kon worden dan door de dualiteit geld-god met de in schoonheid doordrenkte geest van de kunst te overstijgen. "Toen het tot een conflict kwam tussen christelijke devotie en wereldlijke roem, waren kunst en architectuur de meest effectieve manier om het probleem op te lossen," schrijft Tim Parks in zijn verhelderende 'Het Medici Geld – bankieren, metafysica en kunst in het Florence van de vijftiende eeuw.'

Kunst zette ook de deur open voor de esoterische spiritualiteit waar de machtsbeluste exoterische Rooms-Katholieke kerk niets van weten moest. Cosimo de Medici liet rond 1462 een verzameling Griekse geschriften in het Latijn vertalen die uit Alexandrië waren meegenomen door een monnik. Het Oostromeinse rijk was in 1453 gevallen met de val van Constantinopel, en door initiatieven als die van de Medici's en anderen vloeide veel mystieke en esoterische kennis weer naar het westen. Zoals met die Griekse geschriften van Cosimo's monnik, waardoor het Corpus Hermeticum waarin god, kosmos en mens werden gezien als één bezield verband, na lange afwezigheid weer in de westerse cultuur terugkeerde. Onder de kleinzoon van Cosimo, Lorenzo de Medici, beleefde de belangstelling voor het Corpus Hermeticum een grote bloei. Veel werken uit de hermetische filosofie werden verzameld door de hedendaagse Joost Ritman, dankzij wie Amsterdam nu de wereldbefaamde Bibliotheca Hermetica Philosophica kent. De enorme opbloei van kennis, met name die van verborgen verbanden en innerlijke werkelijkheid, moest net als de gnostieke kennis in eerder perioden, geheim worden gehouden voor de macht van de uiterlijke kerk. En dus werd die kennis gecodeerd in: kunstwerken. Te ontcijferen voor de goede verstaander, maar voor de spionnen van de inquisitie gewoon: kunst. Een mooi plaatje. Betekent verder niks.

Maar we hoeven inmiddels niet meer bang te zijn voor de kerk. De inquisitie zit nu in onszelf. We hebben de afwijzing van ons innerlijke godzelf, en het cynische ongeloof in de geestelijke dimensie van het aardse bestaan ons helemaal eigen gemaakt. Een schilderij als dat van Agnolo Bronzino kan helpen ons de ogen weer te openen. Niet dat Agnolo of zijn Medici-opdrachtgever precies wist wat er met het schilderij uitgedrukt moest worden. Ik denk veeleer dat de Renaissancekunstenaars werkten met beelden, intuïtieve indrukken waarvan de betekenis henzelf ook voor een kleiner of groter deel ontging.
De twee centrale figuren op het schilderij van Bronzino zijn Venus en haar zoon Eros (ook bekend onder de namen Amor en Cupido). Het zoontje heeft – hij is tenslotte nog jongen – geen phallus, maar hij heeft wel iets anders: een pijl. De gezonde mannelijke vitale en vruchtbare kracht is afwezig. In plaats van het mannelijk geslachtsdeel hebben we een pijl, vanaf afstand afgeschoten met begeerte als motief, en verwonding en afhankelijkheid als effect. 'Verliefdheid' noemen we het als iemand door die pijl wordt getroffen en stellen daar verder geen vraagtekens bij. Maar is het afschieten van die pijl niet eerder een daad van agressie waaruit de verbinding is verdwenen? En als we deze afgeschoten pijl associëren met het mannelijk orgasme, dan geeft dat een wat armoedig gevoel: het orgasme als ontlading. De boog wordt gespannen en met één klap komt de lading in het vrouwelijke vlees terecht. Begeerte en zelfzucht, daardoor wordt Eros gedreven. Het is de adolescent die zijn eigen genot achterna rent, en er nog niet aan toe is volwassen, wederkerige verantwoordelijkheid te nemen. Dit is zoals 'de man' van nu nog steeds – er zijn natuurlijk gelukkig ook al vele uitzonderingen, zeker in Nederland en België – met de wereld om gaat: exploiterend, uitputtend, egocentrisch, 'na ons de zondvloed.' Levend vanuit isolatie, niet vanuit relatie.

Ik herken dit in mijn eigen leven met schaamte. Zo heb ik zelf ook lang geleefd: relaties waarin het me eigenlijk alleen maar om de sex ging. Al dat gezeur over verbinding... Sex, buitenkant, en vooruit, ook een beetje emotionele steun. Zij de moeder, ik de zoon.

Eros grijpt met één hand begerig naar de moederborst en met de andere hand probeert hij de kroon van het hoofd van Venus af te trekken. Is dat niet wat al een paar millennia gebeurd is: Venus onttroond? Maar Venus grijpt in: ze heeft met haar hand de pijl vast, maakt die onschadelijk. Het moment nadert dat ze er genoeg van heeft. Dat lijkt Vader Tijd bovenaan het schilderij met zijn gebaar ook aan te geven: 'nu is het afgelopen' en hij trekt de sluiers opzij. Maar is het werkelijk zo zwart-wit? Eros/zoon als dader en Venus/moeder als slachtoffer? Nee, want als je het schilderij nog eens goed bekijkt zie je dat Eros helemaal niet probeert de kroon van Venus af te pakken; met zijn hand ondersteunt hij haar hoofd juist. En wat zien we in de mond van Venus: de tong die zich naar buiten lijkt te begeven. Is juist zij de opdringerige die haar zoon een tongzoen wil geven? De moeder die zich aan incest te buiten gaat? In onze tijd is dat vaak niet fysieke maar emotionele incest: de moeder die haar ongeluk in haar huwelijk uitstort over haar zoon omdat ze te bang is voor de vaak emotioneel onvolwassen echtgenoot. Daarmee de zoon iets te dragen gevend wat hij niet dragen kan, zodat hij zich gaat schamen voor zijn latere man-zijn.

Het beeld rechts – het jongetje met de rozenbloemen en de achter hem schuil gaande Manticore – geeft dat weer. Het jongetje is een en al mollige onschuld – ja, dat wil het jongetje maar wat graag blijven - maar hij is zojuist in zijn rechtervoet geprikt door de giftige stekels van het monster met het vrouwenhoofd. Wordt het vrouwelijke giftig omdat het mannelijke ontbreekt? Is dat wat Bronzino wilde zeggen?

Terug naar de Venus die op 6 juni voor de zon langs schuift. De geboorte van een nieuw tijdperk, zeggen de Maya's, dat met de korstste dag op 21 december over de hele wereld verbreid zal zijn. Een tijdperk van eenheid, waarbij de mensheid zich werkelijk verbonden gaat voelen met zichzelf en met de aarde. Als we volwassen genoeg worden om onze egoïstische neigingen los te laten, zullen we dat meemaken en als volwassen mannen en vrouwen naast elkaar staan. Maar als we het nalaten, zal de instroom van kosmische energie die na 6 juni pas goed op gang komt, voor een hoop ellende en vernietiging zorgen. 'Wie niet horen wil moet maar voelen'. Mijn moeder zei het al.


Jan Roelofs
Jan begeleidt van 3 tot 7 juni een vredesvierdaagse in Orval; meer info >