Persoonlijke & relationele groei

Waar is Laila? (Ton van der Kroon)

Mannen over leven in de Palestijnse gebieden

- Ik mis haar. Ze is mijn grote liefde. Maar ze spreekt niet meer tegen me. Ze raakt me niet aan. Ik snap het niet. Ze waardeert me niet. Hoe moet ik nu verder?", de Palestijnse man kijkt radeloos naar de grond. "Vrouwen, ik weet niet wat ik met ze aan moet..." Muhammed zwijgt.
- Ik vertrouw ze niet", zegt Ihab, een andere Palestijn. "Ik ben altijd bang dat ze me manipuleren. Je geeft ze een vinger en ze pakken de hele hand. Ze willen altijd van alles met je, trouwen, kinderen krijgen, dure kleren kopen etc. Ik kijk wel uit. Ik blaas me nog liever op."
- Ja, dat is nog beter," beaamt Achmed.
- Fijn, als jullie je nu opblazen, dan ga ik hier gezellig wat door Hebron wandelen, en de grafkerk van Abraham bezichtigen, wat jij, Amer?"
Amer kijkt me aan.
- Ga jij maar naar de grafkerk, dan ga ik wel naar Amsterdam om een terrasje te pakken."

Ik zit met vier Palestijnen in een theaterzaal in Hebron. Het zijn vier mannen, 27, 29, 35 en 45 jaar oud en allemaal acteur van een theatergezelschap. Ze maken voorstellingen voor kinderen. De leiding van het gezelschap, een Nederlandse man en een joodse vrouw, hebben me uitgenodigd om een training te geven omdat de groep vastloopt. Niet op artistiek gebied maar op persoonlijk vlak.
We lachen, we huilen, we dansen, we zingen en we rouwen om de dingen die we verloren zijn, de dingen die onmogelijk zijn, de dingen die pijn doen, de dingen die ons machteloos maken, zowel hun als mij. Drie dagen leven we op het scherpst van de snede, op leven en dood.
We hebben het over oorlog en muren, over vaders en zonen, over vrouwen en geliefdes. Ons speelveld is de wereld.

- Ik word hier gek. Straks worden we allemaal nog Majnun.
- Majnun?
- Majnun is een man die gek is. Majnun en Laila.
- Wie is Laila?
- Laila is de grote geliefde van Majnun, maar hij mag niet met haar trouwen. De situatie is hopeloos.
- En wat gebeurt er met ze?
- Er volgt een grote strijd om wie haar mag huwen die eindigt in een grote slachtpartij. Uiteindelijk wordt ze uitgehuwelijkt aan een ander. Majnun wordt gek van liefde, trekt de woestijn in en kan aan niets anders meer denken dan aan haar. Pas als ze dood is, kan hij zich op haar graf neerleggen en worden de twee geliefden verenigd.
- Een soort Arabische Romeo en Julia....
- Precies, ze kunnen elkaar pas krijgen als ze dood zijn.

Aan het eind van de eerste dag haalt Omar me op, de chauffeur die me van Hebron terug naar Jeruzalem brengt, waar ik logeer in een appartement. Drie dagen lang pendel ik op en neer. Omar heeft de radio aan staan met Arabische muziek. Opeens zet hij de radio uit. ‘Controle, een checkpoint’. Hij zet zijn glanzende zonnebril op.

- ‘Niets zeggen," zegt hij.
De Israëlische soldaat houdt ons aan.
- Hè, ken je me niet meer?" zegt Omar in het Hebreeuws. De soldaat kijkt hem aan.
- Uit het leger!"

De soldaat kijkt verbaasd en wenkt dat we door mogen rijden. Omar zet de radio weer aan en zijn bril af. Zo, dat is weer opgelost.

- En als ze nou ontdekken dat je geen Israëliër bent?
Omar lacht en laat zijn blinkende tanden zien. "Ach…Je moet leven."
- Ik wil veel vrouwen," gaat hij verder, "en veel geld."
- "Hoezo, heb je teveel hormonen?" lach ik.
- Ja. Ik wil veel vrouwen hebben."
- Kan dat? vraag ik.
- Ja, als je genoeg geld hebt.
- Maar kun je niet gewoon met een vrouw naar bed zonder haar te trouwen?" opper ik voorzichtig.
Zijn gezicht betrekt.
- Gevaarlijk," zegt hij. "Heel gevaarlijk."
- Maar heb je het wel eens gedaan?"

Hij lacht breeduit en zet de radio harder. "Hier, luister, mijn lievelingsmuziek’. de Arabische muziek schalt door de auto en ik versta één Engelse zin in het lied: ‘Majnun, I love you.’
De volgende dag gaat de rit vanuit oost Jeruzalem weer richting Hebron. We staan aan het eind van de stad in de file, voor een rood stoplicht.

- Waarom wachten we?" vraag ik na tien minuten.
- Dit is een kruising.
- Ja?
- De andere weg is Israëlisch en gaat naar de settlements. Hij wordt bewaakt door de soldaten."

Ik kijk de situatie aan. Het Palestijns stoplicht gaat één minuut op groen, daarna het Israëlisch stoplicht tien minuten op groen. We staan nog steeds in de Palestijnse file. Er rijdt bijna niemand naar de settlements. Ik heb me voorgenomen niet geïrriteerd te raken, tenslotte ben ik hier maar 12 dagen. Sommige auto’s en taxi’s in de file draaien om. Ook Omar.
- Ik weet een andere weg, zegt hij, door West Jeruzalem. West is Israëlisch, oost is Palestijns," legt hij uit en hij toont me tijdens de verdere rit hoe de situatie in elkaar zit. De ene weg is Israëlisch, de volgende Palestijns, de ene heuvel is Israëlisch, de volgende Palestijns, hier is een joods dorp, daar een Palestijns dorp. Dit is een verlaten akker van Palestijnen, maar door een Israëlische weg kunnen ze niet meer naar hun weiland, daar is een Israëlisch checkpoint....En zo gaat hij verder op een gebied dat niet groter is dan de provincie Utrecht.
Opeens rijdt hij zachter, draait zijn raam open en begint te toeteren bij een dorpje waar een groep mannen staan. ‘Idioot’ denk ik, ‘wie gaat hier nou provoceren?’.

- Israëlisch?" vraag ik.
- Nee, Palestijns. Ik heb een Israëlisch nummerbord, daarom maak ik contact, anders bekogelen ze mijn auto met stenen.
- Ooh.

Dag twee van de workshop.
Ik werk met een verhaal dat ‘de koning en het levenswater’ heet. Een koning ligt op sterven en zijn drie zoons gaan op zoek naar het levenswater, dat door een mooie prinses bewaakt wordt. De vier acteurs kiezen hun rollen in overeenstemming met de situatie in hun eigen leven: Amer wordt de koning die alleen maar kind wil zijn en in luiers over het toneel rent. Compleet Majnun. Ihab is de prins die de derde zoon speelt. Achmed is de prinses die in een zwarte sari haat en bitterheid vertolkt. De vierde rol is een klein, maar wijs mannetje die de prins de weg wijst op een kruispunt. De eerste twee zoons in het verhaal negeren het mannetje op het kruispunt en kiezen de linker respectievelijk de rechter weg. Beide routes lopen dood. Prins ‘Ihab’ moet het anders doen. Maar hoe?

- Je kunt pas het levenswater krijgen als je met haar trouwt," zegt het mannetje tegen Ihab.
Ihab denkt na en besluit de prinses te verleiden. De prinses wil niet verleid worden. Ze is boos.
- Je moet me het levenswater geven," zegt hij, "anders sterft de koning."
Maar hoe hij ook zijn best doet, de prinses wordt alleen maar haatdragender, dreigender, gevaarlijker. Ihab wordt wanhopig.
- Zie je wel, vrouwen zijn onmogelijk."
Op het laatst sleept hij de prinses naar de koning, haar half verkrachtend.
- Geef dat levenswater, kreng."
Ze vechten, en vallen op de grond. Het mannetje kijkt het schouwspel meewarig aan en koning Amer lijkt niet veel gezonder te zijn geworden van het levenswater. Hij speelt nog steeds met de poep in zijn luier.
Na anderhalf uur stopt het spel. Iedereen is doodop.
- Het lukt niet. Waarom werkt dit nou niet?
- Je hebt ook niet geluisterd naar het mannetje. Je moest haar trouwen, niet verkrachten. Daardoor bleef ze lelijk.
- Maar ik heb haar toch verleid. Dan moet ze toch luisteren?
Iedereen ligt op de grond. ogen dicht. Voel het gewicht van je lichaam en ontspan je. Denk dat je in een prachtige open wei ligt, vogeltjes hoort. opeens wordt je wakker en zie je een prachtige vrouw naar je toekomen. Ze strekt de hand naar je uit en helpt je omhoog.

Wat kun je doen om haar te bevrijden van haar vloek? Hoe kun je haar bevrijden van haar kwaadheid, haar haat en bitterheid? Over sommige wangen biggelen tranen naar beneden.

Amer is de eerste die spreekt. Hij vertelt hoe hij als jongen voor het theater koos, Het theater was zijn geliefde, zijn Laila. Hij zette zich helemaal in voor de Palestijnse zaak, totdat hij op een gegeven moment tijdens een voorstelling een mes op zijn keel kreeg van zijn eigen mensen. Of hij maar wilde stoppen met spelen. Dit was niet passend. Hij solde met de Palestijnse zaak; te veel humor, teveel spel, teveel plezier. Dit was niet wat Allah wilde. Dit was een serieuze zaak.
Na het incident werd hij ziek; hij kon niet meer eten, niet meer drinken en belandde in het ziekenhuis. Een half jaar lang balanceerde hij op de rand van leven en dood. Hij wilde niet meer leven. Zijn ziel was verkracht.
De jongens zijn stil terwijl Amer vertelt. Ze kennen hem al zeven jaar als hun medespeler en regisseur, maar dit verhaal kenden ze niet.

- Maar ik wilde leven," gaat Amer verder, "en ik besloot opnieuw te gaan spelen. Ik wilde niet dood." Diepe snikken komen uit zijn grote, dikke buik. "Ik ben door mijn eigen mensen bijna vermoord. Maar ik laat me nooit meer vermoorden. Ik blijf spelen."
Hij kijkt op en oogt plotseling als een groot leider, die zijn mannen toespreekt, die hun hart raakt, die hun bezielt voor ze de strijd ingaan. De mannen kijken elkaar aan. De koning leeft.

Een voor een vertellen de andere mannen hun verhaal; wat hun leven bezield, hoe ze vastdraaien in de ellende van de oorlog, altijd maar weer die oorlog; hoe ze wanhopig zoeken naar een uitweg die er niet lijkt te zijn, niet in hun huwelijk, niet in de religie, niet in de stad, niet in werk; het enige is het theater. Het spel.

- Ik ga mijn vrouw mee uit eten nemen," zegt Muhammed. "Ik heb haar onrecht aangedaan," en hij vertelt hoe hij vlak na haar trouwen op een andere vrouw verliefd werd. Zijn eigen vrouw kwam erachter en belde hem op, zich uitgevend voor zijn nieuwe geliefde - en stelde voor een afspraak te maken. Muhammed liep met open ogen in de val, en kon daarna zijn huwelijk vergeten. Praten is er niet bij. Dat doe je niet.
- Maar ik houd van haar," besluit hij. "Ik wil haar om vergeving vragen en opnieuw beginnen."
Ihab besluit zijn baard af te scheren.
- Ik ga een eigen huis bouwen en op mezelf wonen. Mijn moeder vraagt al maanden wanneer ik uit huis ga, en ga trouwen. Maar ik ga eerst maar eens leren op mezelf te zijn."
- Ik ben trots op jullie," zegt Amer. "Ik ben er trots op dat we met elkaar spelen, voorstellingen maken voor scholen en kinderen en ik wil hier nog lang mee doorgaan." De mannen knikken.
Dag drie. Ihab heeft zijn baard afgeschoren. Achmed komt met zijn auto het terrein opscheuren en rijdt bijna een oude Palestijn van de sokken. De man komt scheldend achter hem aan.
- Ach ouwe, stel je niet aan," zegt Achmed en hij loopt door. De man is ziedend.
- Ik denk dat je je excuses moet aanbieden," zegt Amer tegen Achmed. "Jij was fout."
Achmed kan het niet verkroppen. Zijn enthousiasme voor de dag wordt overstemd door zijn trots. Een man buigt niet.
- Het is een oude gek.

Amer en ik kijken elkaar aan.
Muhammed komt binnen. Hij heeft een CD bij zich met gezangen van de koran; gebeden die worden gezongen tijdens de rondgang om de Ka’ba.

In het midden van de rechthoekige ruimte staat een ladder. Op de grond liggen de vellen van twee dagen werk. Om ons heen zwarte gordijnen, alsof we in de Ka’ba zelf lopen. Ik zet de CD op en mix de gezangen met muziek. Zeven keer lopen we rond, dan klimmen we een voor een op de ladder naar boven en zeggen onze naam: "Ihab, zoon van Muhammed, zoon van Ackbar, zoon van Ared, zoon van Omar, zoon van… De muziek zwelt aan. "Achmed, zoon van…zoon van… , zoon van… , zoon van…"
De muziek wordt oorverdovend terwijl de gebeden doorgaan en iedereen de namen van zichzelf en zijn voorvaderen roept. Als de imams wisten wat we deden werden we achter slot en grendel gezet. Spelen met de Koran. Gelukkig heb ik de deuren van de theaterzaal op slot gedaan.

Als Amer als laatste de trap weer afklimt begint hij te schreeuwen en te rennen rondom de ladder. De rest volgt. Ik ook. We kunnen niet meer stoppen en rennen als gekken een kwartier lang rond. De energie is niet te stuiten. Ik snap niet wat er gebeurt. We zijn Majnun, gek.

Aan het eind vallen we op de grond.
"Religie heeft zoveel van mijn leven verwoest. en toch kan ik het niet opgeven," Zegt Amer. "Ik geloof in een mysterie, iets groters, in Allah, maar ik ben bang voor de Imams. Ze verkondigen de religie van angst, van haat, van vernietiging."
Ik vertel ze over mijn eigen ervaring met godsdienst - katholiek opgevoed - hoe ik ook genoeg had van de strakke moraal van het christendom en op zoek ging naar nieuwe bezieling; hoe ik via indianen in Amerika, Sufi’s uit Turkije en Sjamanen in Siberië uiteindelijk weer terug kom bij het geloof. Maar niet het geloof in de kerk. Ik zoek het vrouwelijke gezicht van God," zeg ik, "niet alleen het mannelijke gezicht. Het mannelijke aspect van God zorgt voor helderheid en ordening en scheiding van goed en kwaad, maar als het doordraaft wordt het oorlog en destructie. Het vrouwelijk element is nodig voor de heling, de verbinding, de genezing, de liefde. Zonder liefde geen waarheid, en zonder waarheid geen liefde."

- Het is hetzelfde met Laila," zegt Amer. "Laila betekent nacht, het donkere. In de Arabische woestijn is de nacht zonder grenzen. Kamelen, zandduinen, mensen, alles wordt nietig in de onmetelijke nacht. De schoonheid van Laila symboliseert de schoonheid van de schepping, het mysterie, het onbekende. Ze is de tegenhanger van Allah. Majnun betekent gek, maar in werkelijkheid is hij in dronken extase van de ziel, van het vrouwelijke. Hij is een Sufi die naar God zoekt. In dit land waarin iedereen Laila vergeet is de persoon die werkelijk naar Allah zoekt een gek. Hij kan zich alleen maar afzonderen in de woestijn en haar naam roepen. Laila…"

De dag eindigt met Arabische muziek, Arabische koffie en humus met brood.
- Gaan we nog naar de kerk van Abraham?" vraag ik.
- Ik niet," zegt Amer. "Ze laten me er waarschijnlijk niet in." Zijn blik is angstig.

De anderen nemen me mee. Het oude centrum met zijn labyrint van steegjes, gangen en trappen is verlaten op een paar ratten na. Als vier cowboys lopen we schouder aan schouder door de kapotgeschoten straten van Hebron.

- Er is hier niets meer," verzucht Ihab. "Sinds de intifada en de gevechten is iedereen gevlucht."
- Hier had mijn vader een winkel," vertelt Achmed.

Ihab laat mij trots zijn lagere school zien. De joodse soldaten kijken vanaf hun stellingen naar beneden naar wat we hier doen. Bij de ingang van de kerk -of is het een moskee of synagoge? - worden we uitvoerig gefouilleerd en onderzocht. We moeten een half uur wachten terwijl de Israëlische soldaten ons paspoort checken. Opeens ontstaat er onrust. Een oude man komt schreeuwend aangelopen en slaat zichzelf continue op zijn hoofd en in zijn gezicht. Hij huilt en roept en gooit zich op de grond. Hij blijft maar door gaan zichzelf te slaan.

- Majnun," zegt Muhammed en wijst naar de man.
De soldaten zijn bang. Ze weten niet goed wat te doen. Een oude imam kalmeert de man en de rust keert weer. We mogen door.

Bij een tweede deur staan opnieuw joodse soldaten. Hi, zeg ik en ik lach naar ze. Het zijn twee jonge mannen en een vrouw. Niet ouder dan Ihab, Achmed, Muhammed of ik. We kijken elkaar aan. Sjalom, groeten ze terug. Salaam, antwoorden de acteurs.

De kerk is gescheiden in twee aparte delen; één deel voor de Palestijnen en één deel voor de joden. Daartussen ligt het graf van Abraham en Sarah. Dan dringt de ironie en schoonheid van de situatie tot me door; Abraham is stamvader van zowel de Christenen, de Islamieten en de Joden. Drie zonen van dezelfde vader. Drie zonen die de weg kwijt zijn, vastgelopen, Majnun. En hier loop ik, ‘christen’, samen met vier Islamieten en bewaakt door een aantal joden. Wanneer houdt dit verhaal eindelijk op? Wanneer vinden we het levenswater? En waar is Laila?

- Wist je dat de Ka’ba een oude godinnenheiligdom was? vertelt Ihab. Door er zeven keer omheen te lopen werd je ingewijd in haar mysterie...Pas later is het louter een mannenreligie geworden."
Als ik ‘s avonds vertrek krijg ik van iedere man vier zoenen.

- Is dat gebruik?" vraag ik.
- Als we iemand erg mogen," zegt Ihab.
Een week later vertrek ik in de nacht naar Ben Gurion, het vliegveld bij Tel Aviv. Ik heb ruim de tijd genomen om in te checken, en niet zonder reden.
- Waar heeft u gelogeerd?
- In Jeruzalem.
- Waar in Jeruzalem?
- In Oost Jeruzalem.
- In oost?
- Ja,oost….
- Oh, kunt u even hier komen."

Een jong meisje gebiedt me streng om aan een andere balie te komen. Ze onderzoekt al mij bagage, mijn vuile was, mijn sokken, mijn muziek, mijn schoenen. Ze fouilleert me grondig. Ze probeert de spullen weer in mijn rugzak te stoppen, maar ze is beter in fouilleren dan in inpakken. ‘zal ik...?’ vraag ik haar. Ze kijkt me boos aan. "U moet hier wachten. ik kom met een collega terug. We moeten u ondervragen". Ze loopt weg en het valt me op hoe mooi ze is. Mooi als de nacht, maar streng en onbereikbaar.

De ondervraging duurt anderhalf uur; waarom ik in Hebron was, wat ik daar deed, of ik cadeaus van Palestijnen heb gekregen, of ik emotioneel bij ze betrokken ben, waarom ik dit werk doe, wat er precies gebeurt in een workshop. Ik vertel haar alles, want ze wil alles van me weten. Ik vertel haar over mijn werk, over waarom ik het doe, (goeie vraag, denk ik) over spel en verhalen, over mannen en vrouwen, over Majnun en Laila. (begrijpt ze dit, denk ik?) Af en toe overlegt ze met haar overste in het Hebreeuws.

Aan het eind van de ondervraging kijkt de overste me doordringend aan. "Heeft u enig idee waarom we speciaal u ondervragen?"

"ik denk door de moeilijke situatie in uw land" zeg ik onnozel. Het is jullie oorlog, denk ik erachteraan, niet de mijne. Ik weiger om partij te moeten trekken in dit conflict en laat dat ook niet op het laatste moment gebeuren.
De man geeft nog niet op. "Bent u niet bang geweest?" vraagt hij.
"Een beetje", zeg ik.
Het meisje kijkt me aan. Ze heeft donkere ogen die me aanstaren.
De man geeft op.
- U kunt door."

Het meisje gaat met me mee om me te begeleiden naar het vliegtuig. Ze ziet me worstelen met mijn bagage en neemt mijn tas met vuile was. Ze loodst me door lange rijen wachtenden naar de slurf van het vliegtuig en geeft me mijn tas terug. Het is vroeg in de ochtend en de zon komt op boven de horizon.
- Goeie reis," zegt ze en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Laila…


Ton van der Kroon